“De gemeente wil onze wijk op een warmtenet aansluiten — is dat goed nieuws?” Het eerlijke antwoord is dat het ervan afhangt, en vooral van twee dingen: welke bron het net gebruikt, en of je woning geschikt is voor het alternatief.
Een warmtenet is geen product dat je koopt maar een infrastructuur waar je aan vastzit: elk warmtenet heeft één warmteleveringsbedrijf, en overstappen zoals bij gas en stroom kan niet (Milieu Centraal). Dat maakt de afweging zwaarder dan bij de keuze tussen twee warmtepompmerken.
Dit artikel geeft het kader voor die keuze, op basis van de door de ACM vastgestelde tarieven voor 2026, de stand van de wetgeving en de eigenschappen van beide systemen.
Disclosure: dit artikel bevat affiliate-links naar de webshop Coen+; loopt er een aankoop via die link, dan kunnen wij daar een commissie voor krijgen zonder dat het jou iets extra kost. Met Daikin, Bosch en de genoemde warmteleveranciers hebben wij geen affiliate- of commissierelatie (stand oktober 2026).
Reken de warmtepomp-kant zelf door. Met de warmtepomp-kostencalculator zie je met je eigen gasverbruik en SCOP wat een eigen warmtepomp per jaar kost of oplevert tegenover gas; de maximumtarieven van het warmtenet staan in de tarieftabel en de vergelijking in de modelberekening.
Hoe een warmtenet werkt
Een warmtenet transporteert warm water via ondergrondse leidingen van een warmtebron naar woningen. In de woning zit een afleverset met warmtewisselaar, meestal in de meterkast, die de warmte overdraagt aan de eigen verwarming (radiatoren of vloerverwarming) en aan de kranen. Op de afleverset zit een warmtemeter (Milieu Centraal).
De bron bepaalt de duurzaamheid
Milieu Centraal noemt als duurzame warmtebronnen:
- restwarmte of aftapwarmte (bijvoorbeeld uit fabrieken);
- aardwarmte (geothermie);
- biomassa;
- bodemwarmte samen met een warmtepomp (wko);
- warmte uit water (aquathermie);
- warmte van de zon (zonnethermie).
Sommige warmtenetten halen hun warmte nog uit de verbranding van aardgas, net als een cv-ketel; volgens Milieu Centraal worden die in de toekomst in één keer duurzaam door over te stappen op een duurzame bron. Gemiddeld is de CO₂-uitstoot voor verwarming en warm water met een warmtenet volgens Milieu Centraal 40 procent lager.
Vraag de leverancier expliciet om de CO₂-uitstoot per geleverde GJ en om het pad naar de komende jaren. Dat cijfer bepaalt of het net inderdaad duurzamer is dan een eigen warmtepomp — en zonder dat cijfer is die vergelijking niet te maken.
Temperatuurniveaus en wat ze van je woning vragen
Hoge of middentemperatuur. Volgens Milieu Centraal kun je op een warmtenet direct aansluiten, ook zonder goede isolatie, en hoef je meestal niets aan je radiatoren aan te passen. Voor oudere woningen die nooit heel energiezuinig worden, zoals een monument, komt er volgens Milieu Centraal waarschijnlijk een net op hoge of middentemperatuur.
Lage temperatuur. Komt er een net op lage temperatuur, dan moeten je radiatoren, vloerverwarming of wandverwarming groot genoeg zijn om met die lage temperatuur te verwarmen (Milieu Centraal). In een bestaande woning kan dat aanpassingen vragen.
Wat een warmtenet in 2026 mag kosten
De warmteprijs bestaat uit drie delen: een eenmalige aansluitbijdrage, vaste jaarlijkse kosten en een variabel tarief per geleverde gigajoule. Over de laatste twee gaat de ACM.
De maximumtarieven voor 2026 (bron: ACM, tarieven warmte en koude voor een kleine aansluiting tot 100 kW, inclusief btw, gecontroleerd 31 oktober 2026):
| Post | 2026 | 2025 |
|---|---|---|
| Tarief per GJ | € 40,97 | € 43,79 |
| Vaste kosten verwarming + warm kraanwater | € 615,66 | € 577,48 |
| Meettarief | € 33,73 | € 32,80 |
| Huur individuele afleverset (verwarming + warm kraanwater) | € 178,51 | € 150,49 |
| Vaste kosten per jaar, opgeteld | € 827,90 | € 760,77 |
Twee dingen zijn hierbij belangrijk. Ten eerste zijn dit maxima, geen tarieven: de ACM benadrukt dat leveranciers het maximum alleen mogen vragen wanneer dat werkelijk nodig is. Kijk dus naar het daadwerkelijke tariefblad van jouw leverancier. Ten tweede zit in die opgetelde vaste kosten meer dan alleen het vastrecht voor de levering: ook het meettarief en de huur van de afleverset; op de jaarrekening staat vaak één bedrag voor die drie samen (Milieu Centraal).
Wat betekent dat voor een huishouden? Bij een verbruik van 25 GJ per jaar betaal je onder het maximum ruwweg € 1.024 aan variabele kosten plus maximaal € 827,90 vast. Rekent je leverancier het maximum, dan kom je uit rond € 1.850 per jaar. Bij een laag verbruik wegen de vaste kosten relatief zwaar: bij 5 GJ per jaar is het maximum in 2026 € 1.033 (5 × € 40,97 + € 827,90), tegen € 980 in 2025 (5 × € 43,79 + € 760,77), dus hoger, ook al daalde het tarief per GJ.
Ook voor de aansluitbijdrage stelt de ACM een maximum vast: in 2026 maximaal € 5.296,30 voor een nieuwe aansluiting inclusief 25 meter leiding, plus maximaal € 381,49 per extra meter leiding. Soms komt daar volgens Milieu Centraal een kostendekkingsbijdrage of projectbijdrage bij, die goed onderbouwd moet zijn, en leidingwerk in je huis valt erbuiten. Laat het totaalbedrag schriftelijk bevestigen voordat je iets tekent.
Modelberekening: warmtenet naast een eigen warmtepomp
Onderstaand een modelberekening met expliciete aannames, geen meting en geen offerte.
Uitgangspunt: een rijtjeshuis met een warmtevraag van 25 GJ per jaar voor ruimteverwarming en warm water. Dat is omgerekend circa 6.944 kWh warmte.
Warmtenet, gerekend op de maximumtarieven van 2026:
- Variabel: 25 GJ × € 40,97 = € 1.024
- Vast: maximaal € 827,90
- Samen: circa € 1.852 per jaar
Eigen lucht-waterwarmtepomp:
- Warmtevraag 6.944 kWh, aangenomen seizoensrendement (SCOP) 3,5
- Stroomverbruik: 6.944 ÷ 3,5 = 1.984 kWh
- Bij €0,26 per kWh all-in (ons modeltarief, een aanname): € 516
- Onderhoud: post die per installateur verschilt; reken hem apart mee met het tarief uit je eigen contract
- Samen: circa € 516 aan energie plus onderhoud
Het verschil in gebruikskosten valt duidelijk uit in het voordeel van de warmtepomp. Daar staat tegenover dat de warmtepomp een investering vooraf vraagt en het warmtenet niet — dat is precies de afruil waar de beslissing over gaat.
Twee kanttekeningen bij dit model. Als je leverancier onder het maximum zit, wordt het verschil kleiner. En het rendement van 3,5 geldt voor een woning waarin de warmtepomp op een lage aanvoertemperatuur kan draaien; in een slecht geïsoleerde woning met hoge-temperatuurradiatoren zakt dat getal, en daarmee het voordeel.
Wat de wet regelt
Het NMDA-principe en de rol van de ACM
Warmteklanten zitten in een gebonden markt en worden daarom beschermd door een maximumtarief, gebaseerd op het principe “niet meer dan anders”: de Warmtewet koppelt de tarieven aan de gasprijs, zodat warmtegebruikers nooit méér betalen dan gebruikers van aardgas. De ACM stelt die maxima jaarlijks vast.
De meetlat is dus een huishouden met aardgas, niet het goedkoopste alternatief. De ACM vindt die koppeling aan de gasprijs zelf “geen goed idee” en kijkt liever naar de kosten van de leveranciers. Volgens Milieu Centraal betaal je met een warmtenet voor je jaarlijkse verbruik meer dan met een volledig elektrische warmtepomp, terwijl de eenmalige aansluitbijdrage lager ligt dan het aankoopbedrag van een warmtepomp.
De Wet collectieve warmte
De Wet collectieve warmte (Wcw) is op 9 december 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. Volgens de ACM geldt de Wcw vanaf 1 januari 2027, maar duurt het nog jaren voordat alles klaar is.
De prijs van warmte gaat volgens Milieu Centraal afhangen van de kosten die het warmtebedrijf zelf maakt, met redelijke en transparante kosten als eis; de koppeling aan de gasprijs verdwijnt stap voor stap, waarschijnlijk pas helemaal in 2034. Warmtenetten worden voor minimaal de helft eigendom van gemeente, provincie of Rijk. Omdat de uitwerking in lagere regelgeving nog loopt, publiceren wij hier geen concrete rendements- of tariefpercentages: die liggen op dit moment niet vast in een vorm die je kunt narekenen. Volg de publicaties van de ACM voor de definitieve invulling. Wat de ACM al over 2027 meldt, lees je in de ACM-verwachting voor het warmtetarief in 2027.
Leveringszekerheid en informatie
De Warmtewet verplicht een leverancier om onderbreking van de levering zo veel mogelijk te voorkomen en zo snel mogelijk te verhelpen (afsluiten van een verbruiker wordt in het bijzonder voorkomen van 1 oktober tot 1 april), een storingsregistratie bij te houden en te publiceren, en bij een ernstige storing een compensatie uit te keren. Je warmteverbruik wordt gemeten met een warmtemeter of, in sommige gebouwen, met warmtekostenverdelers. Vraag naar de storingsregistratie en de opbouw van je tarief.
Wanneer het warmtenet de betere keuze is
Bij een woning die zich slecht laat isoleren. Bijvoorbeeld een monument dat je niet helemaal mag isoleren; daar komt volgens Milieu Centraal waarschijnlijk een net op hoge of middentemperatuur. Een volledig elektrische warmtepomp vraagt juist een woning die goed genoeg geïsoleerd is.
Als er geen plek is voor een buitenunit. In dichte stedelijke bebouwing, bij galerijflats of woningen zonder eigen buitenruimte is plaatsing soms simpelweg niet mogelijk.
Als je de investering niet wilt of kunt doen. Aansluiten op bestaande infrastructuur heeft een lagere drempel dan een eigen installatie, ook al liggen de jaarlijkse kosten hoger.
Als de bron aantoonbaar duurzaam is. Bij geothermie, aquathermie of restwarmte met een lage CO₂-uitstoot per GJ kan het net groener zijn dan een warmtepomp op netstroom.
Als je huurt. Dan ligt de keuze bij de woningeigenaar, dus de verhuurder of corporatie.
Wanneer een eigen warmtepomp beter uitpakt
Bij een goed geïsoleerde woning. Een lage aanvoertemperatuur betekent een hoog rendement en daarmee lage gebruikskosten.
Als je zonnepanelen hebt of neemt. Eigen opwek kun je direct in warmte omzetten. Dat wordt belangrijker na 1 januari 2027, wanneer de salderingsregeling volledig stopt — er is geen afbouwpad, de regeling eindigt in één keer. Bij een warmtenet heeft je zonnestroom geen enkele invloed op je warmterekening.
Als je grip wilt op je kosten. Je kiest zelf je stroomleverancier en je contractvorm. Bij een warmtenet is er één leverancier en geen marktkeuze.
Als je lang blijft wonen. De investering wordt over de jaren terugverdiend; hoe langer de horizon, hoe gunstiger.
Als het lokale net op aardgas draait. Dan kies je met het warmtenet bewust voor fossiele warmte, terwijl een warmtepomp meebeweegt met de vergroening van het elektriciteitsnet.
Voor de eigen warmtepomp geldt bovendien de ISDE. Het bedrag hangt af van het type warmtepomp: staat het toestel op de meldcodelijst van RVO, dan zie je daar een indicatie, en de ISDE-rekentool op rvo.nl geeft een schatting. Aanvragen doe je ná installatie, binnen 24 maanden, en de installatie moet door een bouwinstallatiebedrijf gebeuren. Staat het toestel op de meldcodelijst, dan vermeld je de meldcode; heeft het (nog) geen meldcode, dan lever je de productbeschrijving en technische documentatie aan (RVO). Voer je binnen 24 maanden naast de warmtepomp ook een isolatiemaatregel uit, dan verdubbelt het subsidiebedrag voor die isolatie; het bedrag voor de warmtepomp zelf verdubbelt niet. Op de warmtepomp betaal je 21% btw; het 0%-tarief van de Belastingdienst geldt voor zonnepanelen op of bij een woning, niet voor de levering en installatie van een warmtepomp.
Het afhankelijkheidsrisico
Een belangrijk argument tegen een warmtenet is niet het tarief maar de gebondenheid. Bij gas en stroom kun je overstappen als je leverancier tegenvalt; bij warmte niet. De prijs is gereguleerd, de service en de investeringsagenda van het warmtebedrijf zijn dat veel minder.
Het eigendom van warmtenetten gaat ook veranderen: door de Wcw worden ze voor minimaal de helft publiek eigendom (Milieu Centraal). De wet regelt de levering, maar niet dat je een andere leverancier kunt kiezen.
Wat je daaraan kunt doen: vraag vóórdat je tekent wie de leverancier is, wie er achter dat bedrijf zit, hoe de continuïteit is geborgd en wat er gebeurt als je later toch wilt overstappen.
Laagtemperatuurnetten
Een laagtemperatuurwarmtenet werkt met lager temperatuurwater dan een klassiek net. Een lagere temperatuur betekent in het algemeen minder warmteverlies in de leidingen.
De keerzijde is de eis aan de woning: je radiatoren, vloerverwarming of wandverwarming moeten groot genoeg zijn om met een lage temperatuur te verwarmen (Milieu Centraal), en goede isolatie maakt dat makkelijker. Netten op lage temperatuur zie je volgens Milieu Centraal vooral in nieuwbouwwijken; in bestaande wijken komen meestal netten op midden- of hoge temperatuur. In een bestaande woning kan een laagtemperatuurnet aanpassingen vragen. Wie in een bestaande wijk een laagtemperatuurnet aangeboden krijgt, moet daarom scherp vragen wie de aanpassingen in de woning betaalt en op basis van welk isolatieniveau de leverancier zijn capaciteit heeft berekend.
Wat je aan de gemeente moet vragen
Bij een bewonersavond of informatiebrief zijn dit de vragen die het verschil maken:
- Wat is de primaire warmtebron, nu en over tien jaar? Vraag een concreet pad, geen doelstelling voor 2040.
- Wat is de CO₂-uitstoot per geleverde GJ? Zonder dat getal is een duurzaamheidsvergelijking niet te maken.
- Wat is de aansluitbijdrage en wat zijn de verwachte vaste en variabele kosten? Schriftelijk, niet mondeling.
- Is aansluiting verplicht of vrijwillig voor mijn adres? Dit bepaalt je juridische positie.
- Wat gebeurt er als ik later wil overstappen? Zijn er kosten aan verbonden, en welke?
- Wie is de leverancier en hoe is de continuïteit geborgd? Publiek bedrijf, private partij, of een constructie daartussenin?
Wat er voor jouw wijk op de planning staat, vind je in het warmteprogramma of de transitievisie warmte van je gemeente. Dat is ook de plek om te controleren of jouw wijk überhaupt in beeld is — dat weegt mee als je nu voor de keuze staat om in een eigen installatie te investeren.
Als je voor een eigen warmtepomp kiest
Kies je voor een eigen installatie, dan draait de keuze minder om het merk dan om drie controleerbare zaken: staat het toestel op de meldcodelijst van RVO (RVO raadt aan dat vóór aanschaf te controleren), welke aanvoertemperatuur haalt het toestel, en zit er in jouw regio een installateur die dit merk regelmatig plaatst en inregelt.
Van Daikin en Bosch staan reviews op deze site (zie onderaan). Prestatiecijfers per model staan in de datasheets van de fabrikant zelf en verschillen per typenummer en per meetconditie; wij nemen ze hier niet zonder die bron over.
Twijfel je of je woning al klaar is voor een volledig elektrisch systeem, dan is een hybride opstelling de tussenstap: de warmtepomp doet het grootste deel van het stookseizoen, de bestaande cv-ketel vangt de koudste dagen op. Zie ons overzicht over het kiezen van een hybride warmtepomp.
Wat zo’n toestel kaal kost, kun je alvast online opzoeken. Coen+ is een Nederlandse webshop voor verwarming en klimaat die warmtepompen verkoopt in de categorieën hybride, all-electric, ventilatiewarmtepompen en combipakketten, inclusief onderdelen en omkasting (bron: coen-plus.nl, gecontroleerd 31 oktober 2026). Dat bedrag is nuttig naast de aansluitbijdrage en het vastrecht van een warmtenet: het maakt zichtbaar welk deel van een eigen installatie apparatuur is en welk deel werk in je woning.
Dat werk koop je er niet bij. In de installatieservice van Coen+ staat geen warmtepomp (gecontroleerd 31 oktober 2026), dus je zoekt zelf een installateur — en voor een warmtepomp met synthetisch koudemiddel moet die F-gassen-gecertificeerd zijn. Voor de ISDE geldt daarnaast de eis dat een bouwinstallatiebedrijf de warmtepomp installeert, dus houd die route intact als je op subsidie rekent.
Warmtepompen en het elektriciteitsnet
Milieu Centraal noemt “minder druk op het stroomnet” als een van de voordelen van een warmtenet. Dat is een planningsvraagstuk voor gemeente en netbeheerder; voor jouw eigen keuze wegen je woning en de plannen voor je wijk zwaarder.
De piekbelasting van een warmtepomp is bovendien deels stuurbaar: met een slimme regeling, een buffervat en eventueel zonnepanelen en een thuisbatterij kun je verbruik verschuiven naar momenten waarop er ruimte is. Dat is precies de flexibiliteit die een warmtenetaansluiting je niet geeft.
Conclusie
Een warmtenet is niet per definitie goed of slecht; het past goed bij dichte bebouwing, bij woningen die zich slecht laten isoleren en bij netten met een aantoonbaar duurzame bron. Het vraagt weinig van de woning (aansluiten kan volgens Milieu Centraal ook zonder goede isolatie) en veel van je keuzevrijheid.
Een eigen warmtepomp vraagt een investering en een geschikte woning, maar geeft lagere gebruikskosten, grip op leverancier en tarief, en de mogelijkheid om eigen opwek in warmte om te zetten — iets wat vanaf 2027 zwaarder gaat wegen.
Is je woning goed geïsoleerd en heb je ruimte voor een buitenunit, dan valt de afweging in gebruikskosten uit in het voordeel van de eigen warmtepomp (Milieu Centraal; zie ook de modelberekening hierboven). Kan dat niet, of gebruikt het net aantoonbaar een duurzame bron tegen een tarief onder het maximum, dan is het warmtenet een verdedigbare en soms betere keuze.
Gerelateerde artikelen
- ATAG warmtepomp review 2026
- Bosch Compress warmtepomp review 2026
- Daikin Altherma 3 review 2026
- HR-ketel vervangen in 2026
- ISDE-subsidie 2026: complete gids
- Waterstof thuisinstallatie 2026
Laatst bijgewerkt: 31 oktober 2026. Warmtetarieven gecontroleerd bij de ACM (tarieven warmte en koude 2026), de status van de Wet collectieve warmte bij de Eerste Kamer en de ACM, de Warmtewet, de warmtenetpagina van Milieu Centraal en de ISDE-voorwaarden op rvo.nl, alle op 31 oktober 2026 (RVO op 30 oktober).
Externe bron: ACM — tarieven warmte en koude — de officiële maximumtarieven per jaar.