Stroomprijs nu
—
laden…
Goedkoopst —
Duurst —
🔥 Gas vandaag — /m³
☀️ Zon vandaag — kWh/kWp
Alle uurprijzen →

Zonnepanelen Recreatiewoning 2026: On-grid of Off-grid?

Door Wilco Terlouw, uitgever · gepubliceerd 29-07-2026 · bijgewerkt 05-10-2026 · 13 min leestijd
Transparantie: dit artikel bevat affiliate-links. Als je via zo'n link iets koopt of afsluit, kunnen wij een commissie ontvangen zonder extra kosten voor jou. Een commissie koopt geen positie of positief oordeel. Bekijk het actuele partneroverzicht en onze rangschikkingsregels · Hoe onze vergelijkingen tot stand komen.
Inhoudsopgave

Zonnepanelen op een recreatiewoning zijn een andere rekensom dan op een gewone woning. Je bent er niet het hele jaar, de aansluiting is vaak anders geregeld, het park heeft er iets over te zeggen en de btw-vraag is niet vanzelfsprekend. Dit artikel zet die verschillen op een rij: welke drie situaties er zijn, wanneer on-grid of off-grid logisch is, en wat je vooraf moet uitzoeken.

Waar wij rekenen, is dat een modelberekening met expliciete aannames — geen klantcase en geen meetreeks. Wij hebben geen installaties bij recreatiewoningen uitgevoerd of gemeten.

Disclosure: de verwijzing naar Bluetti loopt via een affiliate-link in het AWIN-netwerk. Koop je daar iets, dan ontvangen wij mogelijk een commissie, zonder extra kosten voor jou. Ook de link naar UnitedConsumers is een affiliate-link, via AWIN sinds 18 september 2026: sluit je daar een contract af, dan ontvangen wij een vergoeding, zonder extra kosten voor jou. Met de overige genoemde merken — onder meer Victron en Pylontech — hebben wij geen affiliate- of commissierelatie; dat zijn gewone verwijzingen waaraan wij niets verdienen.

Drie situaties, drie rekensommen

A. Eigen perceel met eigen netaansluiting

De recreatiewoning staat op eigen grond en heeft een eigen aansluiting bij Liander, Stedin of Enexis, met een eigen leveringscontract. Dit is het eenvoudigste geval: technisch en administratief werkt het als een gewone woning. Je levert terug aan het net, je hebt een eigen meter en je kunt zelf een leverancier kiezen.

Dat laatste is een echte keuze en geen formaliteit, want op een tweede adres met een laag en onregelmatig verbruik wegen de vaste leveringskosten zwaarder dan de prijs per kWh. Naast de gewone leveranciers kun je ook via een collectief inkopen. UnitedConsumers Energie noemt zich op de eigen site al sinds 2008 leverancier van stroom en gas en koopt de energie in via ENGIE (unitedconsumers.com, pagina over de samenwerking met ENGIE, gecontroleerd op 2 oktober 2026). Er is keuze uit één jaar vast, drie jaar vast of variabel zonder vaste looptijd. Wat de vaste kosten en het tarief per kWh zijn — juist de getallen die hier het verschil maken — staan niet op de site en worden pas zichtbaar na een postcodecheck op het adres van de recreatiewoning. Bron: unitedconsumers.com/energie, gecontroleerd op 18 september 2026.

Bekijk UnitedConsumers →

Het aandachtspunt zit in de fiscaliteit. Het btw-nultarief op zonnepanelen geldt voor panelen op of bij een woning. Of een recreatiewoning onder die definitie valt, hangt af van de woonfunctie en van de vraag of je hem verhuurt. Dat is geen detail: het scheelt 21 procent op de installatie. Leg je situatie voor aan de Belastingdienst of een fiscaal adviseur voordat je tekent, en laat de installateur het toegepaste tarief expliciet op de offerte zetten.

B. Achter een gemeenschappelijke parkmeter

Het park heeft één hoofdaansluiting en verdeelt het verbruik over de woningen via tussenmeters. Je levert dan niet terug aan het net maar aan het park, en de vergoeding daarvoor is wat het park erover afspreekt — niet wat de wet over saldering zegt.

Dit is de lastigste situatie, omdat de opbrengst van je panelen afhangt van een afspraak die je nog moet maken. Vraag het parkbestuur vóór de investering schriftelijk om drie dingen: of teruglevering aan het parknet technisch is toegestaan, tegen welke vergoeding het park die verrekent, en of die afspraak eenzijdig gewijzigd kan worden. Zonder die antwoorden is er niets door te rekenen.

C. Off-grid, zonder netaansluiting

Er is geen aansluiting en aanleggen is te duur of niet mogelijk. Dan is een eigen systeem met batterij de enige route: panelen, een off-grid- of hybride-omvormer, een accupakket en meestal een laadregelaar.

Het is belangrijk om hier de volgorde goed te houden. Off-grid is zelden de goedkoopste optie — het is de optie die overblijft. Vraag daarom eerst een offerte voor de netaansluiting op bij de netbeheerder. Pas als dat bedrag bekend is, kun je beoordelen of off-grid daaronder blijft.

On-grid versus off-grid: de reële afweging

On-grid is goedkoper. Je hebt geen batterij nodig om de nacht en de donkere dagen te overbruggen, de installatie is standaardwerk en het net vangt overschotten en tekorten op. De keerzijde: je betaalt netbeheerkosten en vastrecht door in maanden dat de woning leegstaat.

Off-grid is duurder maar autonoom. De kosten zitten niet in de panelen maar in de opslag en in de omvormer die zonder net moet kunnen draaien. Daar staat tegenover dat je geen vaste maandlasten meer hebt en niet afhankelijk bent van een parkverrekening.

De fout die het vaakst gemaakt wordt: off-grid dimensioneren op jaargemiddelde opbrengst. In december levert een paneel in Nederland een fractie van wat het in juni doet. Een off-grid systeem dat in de winter bruikbaar moet zijn, is daarom onvermijdelijk overgedimensioneerd voor de zomer — of het heeft een aggregaat of netaansluiting achter de hand. Laat de installateur de dimensionering onderbouwen met de winterproductie, en vraag expliciet wat er gebeurt na drie aaneengesloten grijze dagen.

Stappenplan

Stap 1: breng je gebruik in kaart. Hoeveel weken per jaar, in welke seizoenen, en met welke apparatuur? Een chalet met verlichting, koelkast en een televisie heeft een fundamenteel andere vraag dan een woning met inductiekoken, een boiler en airco. Reken in kilowattuur per dag dat je er bent, niet in jaarverbruik.

Stap 2: haal het parkreglement op. Vraag het volledige reglement plus eventuele bestuursbesluiten over zonnepanelen. Let op eisen aan zichtbaarheid, kleur, maximumaantal, kabelroutes en of een batterij is toegestaan.

Stap 3: check de netaansluiting. Is er een eigen aansluiting? Zo nee, wat kost aanleggen volgens de netbeheerder? Dat bedrag bepaalt of off-grid überhaupt in beeld komt.

Stap 4: zoek een installateur met de juiste ervaring. Voor on-grid volstaat een reguliere zonnepaneelinstallateur. Voor off-grid is systeemontwerp het werk: dimensionering, laadregeling, aggregaataansturing en veiligheid. Vraag naar vergelijkbare projecten en naar de onderbouwing van de dimensionering. Onze gids installateur kiezen beschrijft waar je op let.

Stap 5: regel monitoring op afstand. Je bent er weken niet. Een systeem zonder storingsmelding is een systeem waarvan je pas bij aankomst merkt dat het stilstaat. Zorg voor een app met notificaties en, als er geen wifi is, voor een mobiele verbinding.

Stap 6: meld het bij je verzekeraar. Recreatiewoningpolissen wijken af van gewone opstalpolissen. Meld de installatie, vraag om schriftelijke bevestiging van de dekking, en check of er eisen aan de installateur of aan certificering worden gesteld. Meer daarover in zonnepanelen verzekering opstal.

Componentkeuze voor off-grid

Omvormer. Voor off-grid en hybride werk is de Victron MultiPlus II in de Nederlandse markt de bekendste keuze: hij kan zonder net draaien, kan een aggregaat als bron gebruiken en is uitgebreid gedocumenteerd. Onze Victron thuisbatterij review gaat in op wat dat systeem wel en niet doet. Let op: een gewone netgekoppelde string-omvormer kán niet off-grid werken en kan een aggregaat niet als bron gebruiken — dat is geen instelling maar een ontwerpverschil.

Batterij. LiFePO4 is voor seizoensgebruik de aangewezen chemie: de zelfontlading is laag genoeg om maanden stilstand te overbruggen. Pylontech-modules worden veel toegepast in dit segment; onze Pylontech review beschrijft de opbouw. Belangrijke ontwerpgrens: LiFePO4 mag niet onder nul graden geladen worden. Plaats de batterij vorstvrij of kies een model met verwarming — in een onverwarmd chalet is dat geen luxe maar een voorwaarde.

Draagbaar alternatief. Voor een kleine of tijdelijke situatie is een powerstation een reële optie in plaats van een vaste installatie. De Bluetti AC500 is de omvormer-unit; de opslag zit in losse B300K-modules van 2.764,8 Wh (circa 2,76 kWh) per stuk, die je kunt stapelen. Reken dus niet met 5,5 kWh voor een AC500 met één module — dat is de capaciteit van twee modules.

Op bluettipower.eu stond op 5 oktober 2026 de AC500 met één B300K op € 2.499 en de set AC500 + B500K (5.120 Wh) op € 2.699 (van € 3.999); een losse B300K kost daar € 1.399. Per kilowattuur is dat € 2.499 / 2,7648 kWh ≈ € 904 per kWh voor de startset met B300K, € 2.699 / 5,12 kWh ≈ € 527 per kWh voor de set met B500K, en € 1.399 / 2,7648 kWh ≈ € 506 per kWh voor elke B300K die je erbij zet. De actieprijs zit in de set met B500K. Let op: Bluetti meldt op de productpagina dat de AC500 is uitgefaseerd (discontinued). Het voordeel van deze route blijft dat je hem kunt meenemen en later kunt uitbreiden; het nadeel is dat er geen vaste installatie met omvormer-integratie tegenover staat. Onze Bluetti review beschrijft hoe dat type systeem werkt.

Bekijk het Bluetti-assortiment

Andere draagbare systemen die in dit segment worden gebruikt, staan beschreven in onze EcoFlow review en Goal Zero review.

Bij de Victron- en Pylontech-componenten noemen wij geen prijs als vaststaand gegeven: die fabrikanten publiceren geen vaste consumentenprijs voor Nederland, en wat er bij distributeurs staat wisselt sterk. Vraag daar een offerte op de complete set, niet op losse onderdelen. Voor de Bluetti-route geldt dat niet: die prijzen staan wél in de eigen webshop en zijn hierboven vermeld met peildatum 21 augustus 2026 — het zijn actieprijzen, dus controleer ze op het moment van kopen.

Waar recreatieparken specifiek op letten

Zichtbaarheid. In beschermde landschappen stellen parken vaak eisen aan het uiterlijk: in-dakmontage, een voorgeschreven kleurstelling, een maximumaantal panelen of de eis dat de installatie niet zichtbaar is vanaf openbare paden. Dat zijn geen wettelijke eisen maar privaatrechtelijke afspraken — ze gelden desondanks.

Brandveiligheid bij houten chalets. Een houten chalet stelt andere eisen aan kabelroutes en aan de plaatsing van omvormer en batterij dan een stenen woning. Vraag de installateur hoe de DC-zijde wordt afgeschakeld bij calamiteiten en waar de omvormer en batterij komen. Wij noemen hier bewust geen normverwijzing als “verplicht”, omdat de eisen per park en per situatie verschillen en niet uit één landelijke regel volgen.

Diefstal. Een woning die weken leegstaat is een ander risico dan een bewoond huis. Plaats de omvormer niet in het zicht, zorg voor een deugdelijk afgesloten technische ruimte en check of je polis diefstal van vaste installaties dekt.

Marters en dieren. In bosrijke gebieden is knaagschade aan bekabeling een reëel en veelvoorkomend probleem. Laat kabels in beschermde goten leggen in plaats van los onder de panelen.

Btw, subsidie en de saldering

Btw. Op zonnepanelen en de direct daarvoor noodzakelijke onderdelen geldt sinds 1 januari 2023 het nultarief — maar alleen voor panelen op of bij een woning. Bij een puur recreatieve bestemming is dat niet vanzelfsprekend en kan 21 procent gelden. Er is sinds 2023 geen btw-teruggaveroute meer via de kleineondernemersregeling: de btw wordt bij een woning niet meer in rekening gebracht, dus valt er niets terug te vragen. Verhuur je de woning bedrijfsmatig, dan speelt btw-ondernemerschap een eigen rol — dat is een adviesvraag, geen vuistregel.

Let er ook op dat het nultarief niet doorloopt naar een thuisbatterij of powerstation: die vallen onder het normale tarief van 21 procent.

Subsidie. De ISDE geeft geen subsidie op zonnepanelen. De regeling is er voor onder meer warmtepompen, zonneboilers en isolatie. Of een recreatiewoning voor die onderdelen in aanmerking komt en welk bedrag daarbij hoort, hangt af van het typenummer van het apparaat en van de voorwaarden die RVO stelt; die bedragen zoek je op via de apparatenlijst en de rekentool van RVO. Aanvragen doe je bij een warmtepomp ná installatie en binnen 24 maanden; bij isolatie ná uitvoering, met dezelfde termijn van 24 maanden. Wij noemen geen bedragen, omdat die per typenummer verschillen.

Gemeentelijke en provinciale regelingen bestaan, maar wisselen per jaar en sluiten recreatiewoningen regelmatig uit. Gebruik de subsidiechecker van je eigen gemeente of provincie in plaats van een landelijk overzicht.

Saldering. De saldering stopt volledig per 1 januari 2027. Er is geen afbouwpad — het wetsvoorstel daarvoor is verworpen. Voor een on-grid recreatiewoning betekent dat: teruglevering wordt vanaf dat moment vergoed tegen wat je leverancier ervoor betaalt, en veel leveranciers rekenen daarnaast terugleverkosten. Wat dat per leverancier is, houden wij bij op terugleverkosten vergelijken.

Dat raakt recreatiewoningen harder dan gewone woningen, om een simpele reden: je bent er niet. Een woning die het grootste deel van het jaar leegstaat, verbruikt vrijwel niets van wat de panelen opwekken. Zonder saldering wordt die opwek voortaan afgerekend tegen de terugleververgoeding in plaats van tegen je leveringstarief, en dat drukt het rendement.

Twee routes om daarmee om te gaan: het systeem kleiner dimensioneren, zodat het beter aansluit op wat je werkelijk verbruikt tijdens je verblijf, of opslag toevoegen zodat de opwek van overdag ’s avonds beschikbaar is als je er wél bent. Meer over die afweging in saldering 2027 transitie-planner en batterij na 2027 zonder zonnepanelen.

Modelberekening: hybride opstelling op een park

Aannames. Een houten chalet op een park met eigen aansluiting; gebruik verspreid over ongeveer acht weken per jaar, zwaartepunt in het zomerseizoen; verbruik tijdens verblijf beperkt tot verlichting, koeling, een televisie en het laden van apparaten; vier panelen op het dak; een kleine batterij van enkele kilowattuur; behoud van de bestaande aansluiting als achtervang.

Uitkomst van het model. In de maanden mei tot en met september dekt zo’n set het verblijfsverbruik grotendeels; buiten die maanden valt het systeem terug op de aansluiting. Omdat het aantal verblijfsdagen laag is, is het aantal kilowattuur dat je zelf verbruikt beperkt — en dat is precies de post die na 1 januari 2027 het rendement bepaalt. De terugverdientijd van zo’n opstelling is daarom langer dan bij dezelfde investering op een permanent bewoonde woning.

Wat het model laat zien. Bij parttime gebruik is volledig off-grid gaan zelden de rendabele keuze: je koopt dan batterijcapaciteit die het grootste deel van het jaar ongebruikt blijft. Een hybride opzet — panelen, een bescheiden batterij en behoud van de aansluiting — sluit beter aan bij het gebruikspatroon. Behoud van de aansluiting geeft bovendien achtervang voor apparatuur die ook moet doorlopen als je er niet bent, zoals vorstbewaking of ontvochtiging.

De rekensom voor je eigen situatie maak je met je werkelijke verblijfsdagen en verbruik; onze rekenpagina zonnepanelen-opbrengst berekenen geeft de opwekkant, en terugverdientijd thuisbatterij de opslagkant.

Vijf fouten die we vaak terugzien

1. Batterijcapaciteit kopen voor dagen dat je er niet bent. Dimensioneer op je verblijfsdagen, niet op een jaargemiddelde. Bij weinig verblijfsdagen is een kleinere batterij met behoud van de aansluiting bijna altijd verstandiger dan een groot pakket dat leeg staat te wachten.

2. Een bestaande netaansluiting opzeggen voor het idee van autonomie. Ligt de aansluiting er al, houd hem dan. Hij is je achtervang, hij kost bij verkoop niets en aanleg opnieuw is duur.

3. Loodaccu’s kiezen voor seizoensgebruik. Bij maandenlange stilstand is zelfontlading het probleem, en daar zijn AGM- en loodaccu’s slechter in dan LiFePO4.

4. Vorstbescherming vergeten. LiFePO4 laden onder nul graden beschadigt de cellen. In een onverwarmd chalet is een vorstvrije opstelling of een model met celverwarming een ontwerpeis.

5. Het parkreglement pas na de offerte lezen. Achteraf demonteren is duur, en een park dat vooraf niet is gevraagd, heeft geen reden om mee te denken.

Wanneer het niet loont

  • Het park levert energie inclusief. Dan is er geen kostenpost om te verlagen en dus geen terugverdientijd.
  • Twee of drie weken gebruik per jaar. Dan verbruik je te weinig zelf om de investering terug te verdienen, zeker na 1 januari 2027.
  • Verkoop of bestemmingswijziging binnen enkele jaren. Wat panelen doen met de verkoopwaarde van een recreatiewoning is niet betrouwbaar te becijferen; reken er niet op.
  • Een dak dat de montage niet aankan. Riet, mos of een constructie in matige staat maken plaatsing duur of onmogelijk. Eerst dak, dan panelen.
  • Een gehuurde stacaravan zonder toestemming van de eigenaar. Dat is geen technische maar een contractuele blokkade.

Vraag in al deze gevallen bij het parkbestuur na of er een collectieve route is. Sommige parken leggen gezamenlijk op, en dan is deelname aan die opstelling voordeliger dan een eigen installatie.

Onze conclusie

De keuze tussen on-grid en off-grid op een recreatiewoning wordt maar door twee dingen bepaald: of er al een aansluiting ligt, en hoeveel weken per jaar je er bent. Ligt er een aansluiting, dan is on-grid vrijwel altijd de goedkopere route en is een bescheiden batterij hooguit een aanvulling. Ligt er geen aansluiting, dan is off-grid geen keuze maar een gegeven — en dan is de dimensionering op winterproductie het punt waarop het systeem staat of valt.

Wat er in 2026 het meest toe doet: het parkreglement, de btw-status van je woning en het feit dat de saldering per 1 januari 2027 volledig stopt. Die drie bepalen samen of de rekensom uitkomt, en geen ervan is een technische vraag.

Vragen over je situatie? Mail de redactie via info@duurzaamthuislab.nl.

Gerelateerde artikelen

recreatiewoningvakantiewoningoff-gridcaravanpark

Veelgestelde Vragen

Mag ik zonnepanelen op mijn recreatiewoning plaatsen?
Staat de woning op eigen grond met een eigen netaansluiting, dan gelden in beginsel dezelfde regels als bij een gewone woning en is plaatsing op het dak vaak vergunningvrij. Staat de woning op een recreatiepark, dan komt daar het parkreglement bovenop: parken stellen regelmatig eisen aan zichtbaarheid, kleur en aantal panelen, en soms is toestemming van het parkbestuur vereist. In een beschermd landschap of bij een monument kan bovendien een omgevingsvergunning nodig zijn. Vraag het na bij je gemeente én bij het parkbestuur voordat je een offerte tekent.
On-grid of off-grid voor een vakantiewoning?
De gebruiksintensiteit is doorslaggevend. Ligt er al een netaansluiting en gebruik je de woning regelmatig, dan is on-grid vrijwel altijd goedkoper: je hebt geen batterij nodig om de nacht te overbruggen en je overschot gaat het net op. Is er geen aansluiting en zou aanleg fors kosten, dan wordt off-grid interessant — niet omdat het goedkoper is, maar omdat de aansluiting zelf de grootste kostenpost zou zijn. Vraag altijd eerst een offerte voor de netaansluiting op bij je netbeheerder voordat je off-grid als vaststaand uitgangspunt neemt.
Wat kost een off-grid installatie voor een chalet?
Dat hangt af van je dagverbruik, de gewenste autonomie in de winter en of je zelf installeert. De grootste variabele is de batterij: die moet niet op je gemiddelde verbruik worden gedimensioneerd maar op de dagen waarop je er bent én de zon weinig doet. Wij noemen bewust geen totaalprijs, omdat de spreiding tussen een minimale set voor verlichting en koeling en een set die een compleet huishouden draait te groot is. Vraag twee of drie offertes met een uitgesplitste componentlijst en laat de dimensionering onderbouwen op winterproductie, niet op jaargemiddelde.
Kan ik salderen op een recreatiewoning?
Alleen als de woning een eigen netaansluiting en een eigen leveringscontract heeft. Hangt de woning achter een gemeenschappelijke parkmeter, dan lever je niet terug aan het net maar aan het park, en gelden de verrekenregels van het park in plaats van de salderingsregeling. Los daarvan: de saldering stopt volledig per 1 januari 2027. Vanaf dat moment is de vraag niet meer hoeveel je terugleveren kunt, maar hoeveel je zelf verbruikt.
Is een camper- of caravansysteem geschikt voor een recreatiewoning?
Meestal niet. Camper- en caravaninstallaties werken op 12 volt en zijn gedimensioneerd op verlichting, een koelkastje en het laden van apparaten. Een recreatiewoning gebruikt 230 volt en heeft apparatuur met een hoger vermogen. Wel bruikbaar is zo’n systeem als noodvoorziening naast een groter systeem, of in een tuinhuis of stacaravan met een heel beperkte vraag.
Wat als het parkbestuur toestemming weigert?
Begin bij het parkreglement en de akte: daarin staat welke bevoegdheid het bestuur heeft en op welke gronden geweigerd mag worden. Een weigering die niet op het reglement te herleiden is, is aanvechtbaar; een weigering die dat wel is, meestal niet. Vraag de weigering schriftelijk met motivering, en informeer of het park een collectief alternatief heeft. Wij zijn geen juristen — bij een geschil is juridisch advies op basis van jouw akte de aangewezen route.
WT
Uitgever van DuurzaamThuisLab (WT Digital). Verwerkt de energieprijsdata en rekent de modellen na op basis van specificaties en publieke bronnen. Geen installateur: voor een concrete installatie is advies van een vakbedrijf nodig.