Quatt is een van de bekendste Nederlandse namen in warmtepompen, en tegelijk een van de moeilijkste om over te schrijven: het bedrijf publiceert geen consumentenprijs. Wie zoekt op “Quatt prijs” of “Quatt abonnement” komt daarom uit bij bedragen van derden — vergelijkingssites, blogs, forums — en die bedragen zijn niet te controleren bij de bron.
Dit artikel doet het daarom anders. Wij zetten op een rij wat er wél gepubliceerd staat, benoemen expliciet wat niet, en geven de rekenmethode waarmee je een aanbieding van Quatt (of van een andere aanbieder van warmte-als-dienst) zelf tegen kopen afzet.
Bron en peildatum: quatt.io, opgehaald op 21 augustus 2026, en de ISDE-pagina’s voor woningeigenaren van rvo.nl, opgehaald op 21 augustus 2026. Wij hebben deze warmtepomp niet zelf geïnstalleerd of gemeten en nemen geen gemeten waarden van derden over.
Disclosure: wij hebben met Quatt geen affiliate- of commissierelatie; wij noemen het merk daarom zonder link. Wij vergelijken op basis van specificaties, publieke regelgeving en publieke data.
Kort antwoord: Quatt publiceert geen prijs. De site leidt naar een configurator en een adviesgesprek, en levert zowel een hybride als een all-electric lijn. De beslissende vraag in elke aanbieding is niet het maandbedrag maar het eigendom: wordt de warmtepomp van jou, dan kun je zelf ISDE aanvragen; wordt hij dat niet, dan valt die subsidie weg en is dat de grootste post in het nadeel van warmte-als-dienst.
Wat er op de eigen site staat — en wat niet
Bij onze controle op 21 augustus 2026 presenteerde quatt.io een breder pakket dan alleen een warmtepomp: naast een hybride opstelling en een all-electric lijn staan er koeling, een thuisbatterij, een eigen energiedienst, een app met energiemanagement en een onderhoudspakket onder de naam Quatt Care.
Wat er niet staat, is een bedrag. Geen aanschafprijs, geen maandbedrag, geen “vanaf”-prijs. De route naar een prijs loopt via “Configureer jouw warmtepomp” en een adviesgesprek. Over subsidie is de site wel concreet in de vorm: er wordt naar de ISDE verwezen en gemeld dat de bedragen in 2027 lager uitvallen — zonder dat wij dat als bedrag overnemen, want de bedragen horen bij het apparaat en staan op de meldcodelijst van RVO.
Waarom wij hier geen bedragen invullen. Bij een warmtepomp bepaalt de netto investering na subsidie vrijwel volledig of de rekensom uitkomt. Een prijs die uit een ander jaar komt, of uit een pakket met een andere inhoud, kantelt die uitkomst. Een ontbrekend bedrag leidt tot een vraag aan de leverancier; een verkeerd bedrag leidt tot een beslissing. Datzelfde geldt voor de abonnementsvarianten en exitkosten die elders over Quatt circuleren: wij hebben die niet op quatt.io kunnen terugvinden en laten ze daarom weg.
Wat een hybride opstelling technisch doet
Een hybride warmtepomp werkt samen met de bestaande cv-ketel. De warmtepomp neemt het grootste deel van het jaar de ruimteverwarming over; bij lage buitentemperaturen of een hoge warmtevraag springt de ketel bij. Dat maakt de opstelling geschikt voor woningen die nog niet naar een lage aanvoertemperatuur zijn doorgetrokken — precies het segment waar all-electric vaak nog niet uit komt.
Twee gevolgen daarvan zijn belangrijker dan de merkkeuze:
- Je gasaansluiting blijft. Je houdt de vaste kosten van gas, plus het gasverbruik voor tapwater en voor de bijstook op koude dagen. De besparing zit dus in een deel van je gasrekening, niet in de hele rekening.
- De dekkingsgraad is de variabele die alles bepaalt. Neemt de warmtepomp 40 procent van de ruimteverwarming over of 70 procent? Dat verschil is groter dan het verschil tussen twee merken, en het hangt af van dimensionering, stooklijn en afgiftesysteem.
Welke specificaties bij het apparaat horen — vermogen, SCOP bij testcondities, maximale aanvoertemperatuur, koudemiddel — hoort in de technische documentatie bij de aanbieding te staan. Wij vullen die hier niet in met cijfers die wij niet aan een gepubliceerd datasheet kunnen koppelen; vraag dat blad op en leg de opgaven van twee aanbieders naast elkaar bij dezelfde testcondities.
Modelberekening: wat een hybride opstelling op gas uitspaart
Hieronder de rekenmethode met zichtbare aannames. Dit is een modelberekening, geen meting en geen aanbod van een leverancier. Vul je eigen gasverbruik en je eigen tarieven in.
Aannames:
| Aanname | Waarde | Herkomst |
|---|---|---|
| Gasverbruik | 2.000 m³/jaar | eigen aanname (rijtjeshuis, label C) |
| Waarvan ruimteverwarming | 1.700 m³ | aanname; rest is tapwater en koken |
| Dekkingsgraad warmtepomp | 60% van de ruimteverwarming | aanname |
| Gasprijs all-in | €1,10/m³ | rekenconstante DTL (markt + energiebelasting incl. btw) |
| Stroomprijs all-in | €0,26/kWh | rekenconstante DTL |
| Ketelrendement | 85% | aanname |
| SCOP warmtepomp in bedrijf | 3,5 | aanname; vraag de opgave bij testcondities op |
Actualisering 24 september 2026: de gasprijs van €1,10/m³ all-in is een modelaanname uit een periode met een lagere gasprijs op de beurs. Op 24 september 2026 stond de kale dagprijs in ons eigen archief op €0,88 per m³ incl. btw (zie gasprijs vandaag); met €0,7268 energiebelasting erbij is dat al ruim €1,60 per m³, vóór de opslag van je leverancier. Blijft gas zo duur, dan is elke m³ die je bespaart of vervangt meer waard dan in deze berekening. Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend.
Uitwerking: 60 procent van 1.700 m³ is 1.020 m³ gas dat je niet meer verbruikt, wat bij €1,10/m³ neerkomt op €1.122 minder gaskosten. Diezelfde 1.020 m³ leverde bij 9,77 kWh per m³ en 85 procent ketelrendement circa 8.470 kWh warmte. Die warmte moet de warmtepomp maken: bij een SCOP van 3,5 kost dat ongeveer 2.420 kWh stroom, ofwel €629. De netto besparing komt daarmee op de orde van €490 per jaar.
Gevoeligheid. Zet de dekkingsgraad op 45 procent en de besparing zakt naar ongeveer €370. Zet de SCOP op 3,0 en hij zakt naar ongeveer €390. Reken met een gasprijs van €1,00 en hij zakt naar ongeveer €400. Er is geen enkele combinatie van realistische aannames waarin een hybride opstelling in een rijtjeshuis meer dan enkele honderden euro’s per jaar oplevert — dat is precies waarom de investering (of het maandbedrag) de knop is waar het op aankomt.
De volledige varianten van deze rekensom, inclusief all-electric, staan in onze warmtepomp-kostencalculator.
De vergelijking die je zelf moet maken: kopen of warmte-als-dienst
Bij warmte-als-dienst betaal je een maandbedrag en investeer je niets vooraf. Bij kopen doe je een investering en vraag je zelf subsidie aan. De vergelijking valt op vier posten uiteen, en drie ervan moet je bij de aanbieder opvragen omdat ze niet gepubliceerd zijn.
| Post | Bij kopen | Bij warmte-als-dienst |
|---|---|---|
| Investering vooraf | ja, aanschafprijs inclusief montage | geen |
| ISDE | jij vraagt aan, bedrag via meldcode op rvo.nl | niet mogelijk: je bent geen eigenaar |
| Onderhoud en storingen | eigen contract of losse beurten | doorgaans inbegrepen — controleer wat precies |
| Eigendom na de contractperiode | het apparaat is van jou | opvragen: overname, verlenging of verwijdering |
Rekenmethode (vul je eigen getallen in). Zet de tienjaarskosten van beide routes naast elkaar:
- Kopen: aanschafprijs inclusief montage − ISDE-bedrag van rvo.nl + tien jaar onderhoud.
- Warmte-als-dienst: maandbedrag × 120 + eventuele startkosten + de afkoopsom als je tussentijds stopt.
Voorbeeld met gelabelde plaatsvervangende getallen — dit zijn géén tarieven van Quatt, maar cijfers om de methode te laten zien: bij een maandbedrag van €80 kost tien jaar dienst €9.600. Bij een netto koopinvestering van €5.500 na subsidie en €250 per jaar onderhoud kost tien jaar kopen €8.000, en houd je een apparaat over. Het verschil van €1.600 is de ontzorgingspremie, en die valt of staat volledig bij de werkelijke getallen in jouw aanbieding.
Wat je hieruit meeneemt is niet het verschil, maar de structuur: de ISDE en de eigendomswaarde na tien jaar zijn de twee posten die warmte-als-dienst structureel duurder maken, en ze zijn onafhankelijk van het maandbedrag. Een dienstconstructie wint het daarom vooral op cashflow en op het wegvallen van eigen regelwerk, niet op totale kosten.
Onze kant-en-klare vergelijking van gekochte hybride systemen staat in beste hybride warmtepomp, en de subsidieroute per typenummer in Quatt-subsidie: ISDE-bedrag opzoeken en aanvragen.
Wat een dienstconstructie echt oplost
Er zijn reële voordelen, en die horen in de afweging:
Actieve inregeling op afstand. Een warmtepomp die op een te hoge stooklijn staat, kost elk jaar geld zonder ooit een storing te geven. Aanbieders die het apparaat blijven beheren, hebben er zelf belang bij dat de stooklijn scherp staat; bij een gekocht systeem regelt de installateur dat eenmalig in en daarna ben je op je eigen app aangewezen. Dit is het onderschatte voordeel van warmte-als-dienst.
Eén aanspreekpunt. Geen zoektocht naar een installateur die het merk kent, geen discussie over wie verantwoordelijk is voor een storing. Dat is geld waard voor wie geen tijd of affiniteit heeft om dat zelf te regelen.
Geen investeringsdrempel. Voor huishoudens die enkele duizenden euro’s niet vrij kunnen maken, is dit vaak het verschil tussen wel en geen warmtepomp.
De risico’s die je vóór ondertekening op papier wilt
De contractduur. Bij een langlopend contract kan in de tussentijd veel veranderen: verhuizing, gezinssituatie, een andere warmtebron in de straat. Vraag de afkoopstaffel per contractjaar op — dat bedrag bepaalt hoe vast je zit, en het is bij elke aanbieder anders.
Verkoop van de woning. Laat vastleggen wat er gebeurt bij verkoop: is het contract overdraagbaar, en wat als de koper dat niet wil? Een lopend contract kan een verkoopgesprek beïnvloeden.
Continuïteit van de aanbieder. Bij een contract van jaren is de vraag “wat als deze partij ophoudt te bestaan” legitiem, ongeacht om welk bedrijf het gaat. Dat is geen uitspraak over de financiële positie van één onderneming — die kennen wij niet en die schrijven wij dus ook niet op. Vraag wél naar de contractuele voorziening: wie neemt onderhoud en garantie over, en wat is jouw positie ten aanzien van de hardware? Blijft dat antwoord vaag, beschouw dat als informatie.
Het energielabel. Een warmtepomp die jij bezit, telt mee in de energieprestatie van je woning. Bij een dienstconstructie is de hardware niet van jou; laat je aanbieder uitleggen hoe dat in het label doorwerkt voordat je op een labelsprong rekent.
Voor wie dit type aanbod logisch is
Wel logisch: wie de investering niet wil of kan voorfinancieren, wie geen technische betrokkenheid wil bij beheer en storingen, en wie een woning heeft waarin een hybride opstelling nu al werkt (label C tot E, bestaand afgiftesysteem, gasaansluiting aanwezig).
Niet logisch: wie de totale kosten over tien jaar als kompas gebruikt, wie de ISDE wil benutten, wie een korte horizon heeft in de woning, of wie een goed geïsoleerde woning heeft waarin all-electric de logischer stap is.
Onderhoud: wat het bij kopen werkelijk kost
De belangrijkste tegenwerping tegen kopen is het onderhoud. Dat is een reële post, maar het is geen open eind. Wat fabrikanten en servicebedrijven publiceren over intervallen, contractvormen en de F-gassenkant hebben wij op één plek uitgezocht in warmtepomp-onderhoudscontract vergelijken. Twee dingen daaruit zijn hier direct relevant: het onderhoudsinterval verschilt per merk van één tot twee jaar — dat halveert of verdubbelt de kosten per beurt — en bij sommige merken is aantoonbaar onderhoud een voorwaarde voor de verlengde garantie.
Voor de vergelijking met een dienstconstructie betekent dat: reken bij kopen met een onderhoudspost, maar reken die door op het interval van jouw merk in plaats van met een vuistregel.
Hybride of all-electric: laat de subsidie niet beslissen
Quatt levert beide, en dat maakt de keuze binnen één aanbieder actueel. De valkuil is dat het subsidiebedrag de techniekkeuze gaat sturen. Dat gebeurt omdat de ISDE per apparaat wordt toegekend: een duo-opstelling staat op de meldcodelijst als twee subsidiabele apparaten en telt op, terwijl een enkele all-electric unit één regel is. Daardoor kan de hybride route op papier meer subsidie opleveren.
Dat maakt hybride niet beter. De juiste vraag is welke aanvoertemperatuur jouw afgiftesysteem aankan en hoeveel gas er na de ingreep overblijft. Een all-electric systeem in een woning die er nog niet klaar voor is, levert een hoge stroomrekening op; een hybride systeem in een goed geïsoleerde woning laat een gasaansluiting in stand die je niet meer nodig had. Onze vergelijking van beide routes staat in warmtepomp versus hybride warmtepomp.
Conclusie
Over Quatt als product is op basis van gepubliceerde gegevens minder te zeggen dan de zoekresultaten suggereren: er is geen consumentenprijs, geen gepubliceerd maandbedrag, en de route naar een aanbod loopt via een configurator en een adviesgesprek. Wat wél vaststaat, is het aanbodbereik (hybride én all-electric, met koeling, batterij en energiediensten ernaast) en het feit dat de ISDE aan eigendom hangt.
Daarmee is het advies concreet ondanks de ontbrekende cijfers. Vraag één aanbieding op waarin het maandbedrag óf de aanschafprijs, de contractduur, de afkoopstaffel, het eigendom en de meldcode staan. Zoek het ISDE-bedrag zelf op bij die meldcode op rvo.nl. Zet die getallen in de tienjaarssom hierboven, naast twee offertes van gekochte systemen. De uitkomst van die som is jouw antwoord — en die kan per woning een andere kant op vallen dan bij je buren.
Gerelateerde artikelen
- ATAG warmtepomp review 2026
- Bosch Compress warmtepomp review 2026
- Vaillant aroTHERM plus review 2026
- Beste hybride warmtepomp 2026
- Daikin Altherma 3 review 2026
- Itho Daalderop warmtepomp review 2026
- Quatt vs ATAG warmtepomp 2026
Externe bron: RVO — ISDE voor woningeigenaren (opgehaald 21 augustus 2026).