“Infraroodpanelen zijn veel goedkoper dan een warmtepomp” — die claim circuleert breed, en vaak komt hij van een partij die zelf panelen verkoopt. Aan de aanschafkant klopt hij ook. Aan de gebruikskant draait hij om.
Dit artikel legt de claim naast de natuurkunde en naast de tarieven van 2026, met het voorbehoud dat infrarood in een aantal specifieke situaties wél de verstandige keuze is. Alle bedragen hieronder komen uit modelberekeningen met zichtbare aannames; wij meten zelf niet.
Disclosure: dit artikel bevat één affiliate link, naar de webshop Coen+; via die link kunnen wij een commissie verdienen op een aankoop, wat jou niets extra kost. Met de genoemde merken en leveranciers van infraroodpanelen en warmtepompen hebben wij geen affiliate- of commissierelatie (stand september 2026).
Kort antwoord: het hele verschil zit in één getal. Een infraroodpaneel levert per kilowattuur stroom één kilowattuur warmte; een warmtepomp levert er drie tot vier. Dat verschil betaal je elk jaar opnieuw, en het loopt bij een normale woning snel op tot duizenden euro’s per stookseizoen.
Infrarood is daarmee geen hoofdverwarming voor een gewone woning, maar wél een verstandige keuze voor ruimten die je kort of zelden verwarmt: badkamer, garage, hobbyruimte, vakantiewoning. ISDE krijg je er niet voor.
Hoe infraroodverwarming werkt
Een infraroodpaneel zet stroom om in langgolvige infraroodstraling. Die straling verwarmt geen lucht maar oppervlakken: vloeren, muren, meubels en mensen. Vergelijk het met de zon — in de schaduw is het koud, in de zon warm, bij dezelfde luchttemperatuur.
Het voordeel is een snel gevoel van warmte, zonder luchtbeweging. Het nadeel is fundamenteel: het rendement is precies 1,0. Er gaat niets verloren, maar er komt ook niets bij.
Een warmtepomp werkt anders. Die verplaatst warmte van buiten naar binnen met een koudemiddelkringloop, en verbruikt stroom alleen om die verplaatsing aan te drijven. Daardoor levert hij per kilowattuur stroom meerdere kilowatturen warmte. Hoeveel precies, hangt af van het toestel, de isolatie en vooral de gevraagde aanvoertemperatuur.
De kostenvergelijking in één tabel
Modelberekening met expliciete aannames. Uitgangspunt: een woning met een warmtevraag van 12.000 kWh per jaar, een stroomprijs van € 0,30 per kWh en een gasprijs van € 1,05 per m³.
| Verwarming | Rendement | Verbruik | Kosten per jaar |
|---|---|---|---|
| Infraroodpanelen | 1,0 | 12.000 kWh | € 3.600 |
| Lucht-waterwarmtepomp, SCOP 4 | 4,0 | 3.000 kWh | € 900 |
| Lucht-waterwarmtepomp, SCOP 3 | 3,0 | 4.000 kWh | € 1.200 |
| Cv-ketel op gas, rendement 0,95 | 0,95 | circa 1.300 m³ | € 1.365 |
Het verschil tussen infrarood en een warmtepomp bedraagt in dit model € 2.400 tot € 2.700 per jaar. Over vijftien jaar praat je over tienduizenden euro’s. Geen subsidie, geen slim contract en geen zonnedak maakt dat verschil goed — het is geen prijsverschil maar een rendementsverschil.
Verander de aannames en de bedragen schuiven, maar de verhouding blijft: infrarood verbruikt voor dezelfde warmte drie tot vier keer zoveel stroom. Wil je de vergelijking met de gasketel los van deze tabel narekenen, dan staat die rekenkern in elektrisch verwarmen of gas: wat kost het per kWh warmte.
Waar infrarood wél de betere keuze is
Kortdurende bijverwarming van één ruimte. Een badkamer waar je ’s ochtends twintig minuten staat, een hobbykamer die je twee avonden per week gebruikt, een garage voor een klusuurtje. Een paneel van 600 watt dat één uur draait verbruikt 0,6 kWh — bij € 0,30 per kWh is dat achttien cent. Voor dat gebruikspatroon is een warmtepompinstallatie niet terug te verdienen.
Ruimten die je niet permanent bewoont. Een vakantiewoning die je een aantal weekenden per jaar gebruikt, een tweede verblijf, een caravan op een vaste plek. Panelen hebben geen stilstandverlies en zijn direct uit te schakelen.
Zeer goed geïsoleerde woningen met een lage warmtevraag. Bij een warmtevraag onder ongeveer 3.000 kWh per jaar wordt de rekensom anders: het absolute verbruik is dan zo laag dat de meerprijs van een warmtepomp zich niet meer terugverdient binnen een redelijke termijn. Dit soort woningen is in de bestaande bouw zeldzaam.
Situaties waarin je niets mag installeren. In een huurwoning zonder toestemming voor vaste installaties is een plug-in paneel soms de enige optie. Voor vast gemonteerde panelen met eigen bedrading heb je wél schriftelijke toestemming van de verhuurder nodig; zonder die toestemming kun je bij oplevering aansprakelijk zijn.
Waar het juist misgaat
- Permanent bewoonde woonkamer. De warmtevraag van één grote leefruimte is al genoeg om de jaarrekening te laten ontsporen.
- Slecht geïsoleerde woning (label E tot G). Eerst de schil, dan het toestel. Dat geldt voor beide technieken, maar bij infrarood zijn de gevolgen direct zichtbaar op de meter.
- Woningen met bestaande vloerverwarming. Dat systeem is ontworpen voor lage aanvoertemperatuur en dus voor een warmtepomp. Er infrarood naast zetten is dubbelop.
- Zonder eigen opwek. Zonder zonnestroom tegen een lage opwekkostprijs is infrarood per definitie duurder dan een warmtepomp op netstroom.
De marketingargumenten, nagelopen
“Infrarood heeft 100% rendement, een warmtepomp 350%.” Beide getallen kloppen — en het tweede is 3,5 keer zo hoog als het eerste. Dit argument pleit tegen infrarood.
“Infrarood verwarmt mensen direct en voelt daardoor warmer bij een lagere temperatuur.” Klopt bij directe blootstelling. Zodra je uit het stralingsveld stapt of naar een aangrenzende ruimte loopt, val je terug op de luchttemperatuur. In een woonhuis zit je zelden een hele dag recht voor een paneel.
“Infrarood heeft geen onderhoud nodig.” Klopt. Een warmtepomp wel. Alleen weegt dat verschil in onderhoudskosten niet op tegen het jaarlijkse verschil in stroomverbruik.
“Met goedkope nachtstroom wint infrarood.” Nee. Een warmtepomp kan óók op goedkope uren draaien, bijvoorbeeld door een buffervat voor te verwarmen. Het rendementsverschil blijft bij elk tarief bestaan: 12.000 kWh tegen € 0,15 is € 1.800, tegenover 3.000 kWh tegen € 0,15 is € 450.
“Infrarood is beter voor het milieu, want geen koudemiddel.” Een warmtepomp bevat inderdaad koudemiddel, tegenwoordig meestal R32 of het natuurlijke R290. Maar het drie- tot viervoudige stroomverbruik van infrarood weegt zwaarder dan het lekrisico van een correct geïnstalleerd en onderhouden systeem.
De investeringskant
Aan de aanschafkant wint infrarood met afstand: panelen kosten een fractie van een warmtepompinstallatie en vragen nauwelijks montagewerk. Wat in offertes stelselmatig ontbreekt of wordt onderschat:
- Btw. Op infraroodpanelen geldt 21%, net als op warmtepompen. Het 0%-tarief bestaat alleen voor zonnepanelen en de onderdelen die daar direct voor nodig zijn — dus niet voor verwarmingspanelen. Een offerte zonder duidelijke btw-vermelding is een reden om door te vragen.
- Groepen in de meterkast. Een paneel van 800 watt trekt ruim 3,5 ampère. Meerdere panelen op één bestaande lichtgroep gaat mis. Reken op een aparte groep, aangelegd door een erkend installateur.
- Regeling per ruimte. Zonder thermostaat of slimme schakelaar per paneel draait de installatie langer dan nodig. Die regeling is een aparte post.
- Subsidie. Voor een warmtepomp is er ISDE: het bedrag staat per typenummer in de apparatenlijst en rekentool op rvo.nl, en je vraagt het aan ná installatie, binnen 24 maanden. Voor infrarood is er niets.
Het netto verschil in investering valt daarmee kleiner uit dan de bruto prijskaartjes suggereren — en dat verschil is bovendien eenmalig, terwijl het verbruiksverschil elk jaar terugkomt.
Wil je die investeringskant met echte bedragen vullen in plaats van met bandbreedtes, dan helpt de online prijs van het warmtepomptoestel zelf. De webshop Coen+ voert warmtepompen in de categorieën hybride, all-electric en ventilatiewarmtepompen, naast radiatoren, elektrische radiatoren en thermostaten (bron: coen-plus.nl, gecontroleerd 18 september 2026). Daar staat alleen het apparaat: Coen+ publiceert geen eigen montage- of installatieservice (gecontroleerd 18 september 2026), dus de aparte groep in de meterkast, het leidingwerk en het inregelen komen er nog bij — en voor de ISDE moet een bouwinstallatiebedrijf de warmtepomp installeren.
Wat je bij een hybride aanpak kunt doen
De combinatie die in de praktijk het meest logisch is: een warmtepomp voor de ruimten die je permanent gebruikt, en één of twee infraroodpanelen voor plekken die zich slecht laten aansluiten of die je kort gebruikt. Een zolderkantoor dat niet op de vloerverwarming zit, of een badkamer voor een halfuur per dag.
De investering in die twee panelen is beperkt en het verbruik blijft laag zolang de gebruiksduur laag blijft. Het is een comfortkeuze in de marge van een systeem dat verder efficiënt is — en dat is iets anders dan infrarood als hoofdverwarming.
Welk vermogen kies je?
Hier past een waarschuwing in plaats van een vuistregel. De “watt per m²”-getallen die je online tegenkomt, komen vrijwel allemaal van verkopers van infraroodpanelen en lopen onderling met meer dan een factor twee uiteen; een onafhankelijke, publiek controleerbare norm hebben wij er niet voor gevonden. Wij noemen daarom geen getal per vierkante meter.
Wat je wél kunt doen:
- Voor bijverwarming waar het om gaat: bepaal het vermogen op het gevoel van gebruik, niet op de kamergrootte. Een paneel boven een bureau of naast een doucheplek hoeft de ruimte niet op te warmen — het moet jou warm maken. Daarvoor is plaatsing (gericht op waar je zit of staat, op de juiste hoogte) belangrijker dan wattage.
- Voor een ruimte die je echt op temperatuur wilt brengen: vraag een warmteverliesberekening voor die ruimte. Dat getal, in watt, is het vermogen dat je nodig hebt — bij infrarood één op één, want het rendement is 1,0. Loopt dat op tot ver boven de duizend watt, dan is dat meteen het signaal dat je hier bij de verkeerde techniek zit.
- Reken het gebruik door voordat je koopt. Een paneel van 750 watt dat dagelijks twee uur draait, is 0,75 × 2 × 180 dagen = 270 kWh per stookseizoen. Bij €0,30/kWh is dat €81 per jaar voor één paneel. Vermenigvuldig dat met het aantal panelen en de werkelijke draaiuren; daar gaat de rekening mis, niet bij de aanschafprijs.
Infraroodpanelen voor bijverwarming
Drie vlakke panelen in oplopend vermogen en één badkameruitvoering. Van de vlakke panelen bestaan ook versies met RF-ontvanger, waarmee je ze op een klokthermostaat of afstandsbediening kunt schakelen — bij bijverwarming is die schakeling het verschil tussen een paar tientjes en een paar honderd euro per jaar.




Prijzen volgens de productfeed van Coen+ op 21 september 2026, incl. btw en exclusief bezorging en montage. De actuele prijs zie je in de webshop. Koop je via deze knoppen, dan ontvangen wij een commissie; dat verandert niets aan onze keuze of volgorde.
Per paneel werken we de vermogenskeuze en het verbruik verder uit in infraroodpaneel kiezen: vermogen en verbruik.
Hang een paneel niet in een ruimte waar het de hele dag moet draaien. Waar het hier voor bedoeld is — een halfuur badkamer, een avond hobbykamer, een werkplek op zolder — is de rekening beheersbaar en de investering laag.
Comfort, gezondheid en koeling
Wat feitelijk verschilt:
- Luchtbeweging. Infrarood veroorzaakt geen luchtstroom, wat sommige mensen als prettig ervaren. Een warmtepomp met vloerverwarming doet dat overigens ook niet; met radiatoren of met een lucht-luchtsysteem wel.
- Droge lucht. Het idee dat infrarood de lucht minder uitdroogt, is een misverstand. De relatieve luchtvochtigheid daalt bij elke methode die de luchttemperatuur verhoogt.
- Koelen. Een warmtepomp kan in de zomer koelen, een infraroodpaneel niet. Naarmate de Nederlandse zomers warmer worden, weegt dat zwaarder mee dan een paar jaar geleden.
Levensduur en garantie
Infraroodpanelen hebben geen bewegende delen en gaan lang mee; de wettelijke conformiteitsplicht geldt onverkort, en verschillende fabrikanten geven daarbovenop een langere productgarantie op het verwarmingselement. Bij een defect vervang je meestal het hele paneel.
Een warmtepomp heeft een compressor en een koudemiddelkringloop en vraagt daardoor periodiek onderhoud. Daar staat een vergelijkbare technische levensduur tegenover, en bij een storing een reparatie in plaats van vervanging van het hele systeem.
De CO₂-kant
De emissiefactor van Nederlandse elektriciteit lag in maart 2026 rond de 0,21 kg CO₂ per kWh volgens het Nationaal Energie Dashboard, en die factor daalt al jaren door het groeiende aandeel hernieuwbare opwek.
Omdat een infraroodinstallatie voor dezelfde warmte drie tot vier keer zoveel kilowatturen vraagt, is de bijbehorende uitstoot ook drie tot vier keer zo hoog — ongeacht hoe groen het net wordt. Groene stroom inkopen verandert de administratieve toerekening, niet de verhouding tussen de twee systemen.
Over de gasregels
Nieuwbouwwoningen krijgen in Nederland al sinds 1 juli 2018 in beginsel geen gasaansluiting meer; dat is geen nieuwe regel van 2026. Voor bestaande bouw geldt geen verplichting om over te stappen, en de aangekondigde hybride-verplichting bij ketelvervanging is ingetrokken, niet uitgesteld.
Wie in een gasloze nieuwbouwwoning infrarood als hoofdverwarming overweegt, doet er goed aan eerst een offerte voor een goed gedimensioneerde warmtepomp op te vragen. In nieuwbouw is de warmtevraag laag en de installatie relatief eenvoudig, en de ISDE geldt daar ook.
Veelgemaakte fouten bij infraroodinstallaties
Te weinig vermogen. Eén paneel van 800 watt voor een ruimte van 25 m² is te krap. Het paneel draait dan continu zonder resultaat, wat het verbruik juist opdrijft.
Verkeerde montageplek. Een plafondpaneel richt zijn straling vooral op hoofdhoogte. Bij hoge plafonds verlies je effect; voor een zit- of werkplek is wandmontage vaak effectiever.
Verkeerde verwachting over opwarmtijd. De stralingswarmte voel je vrijwel meteen, maar de luchttemperatuur in de ruimte stijgt langzaam. Wie de hele ruimte warm wil hebben, moet met kwartieren rekenen, niet met minuten.
Vergelijken op aanschafprijs. Reken altijd vijftien jaar verbruik door, met een realistische gebruiksduur en een realistisch tarief.
Conclusie
Infraroodverwarming heeft een duidelijke plek: als bijverwarming, in ruimten die je kort of zelden gebruikt, en in woningen met een uitzonderlijk lage warmtevraag. Daar is de lage investering en het ontbreken van installatiewerk doorslaggevend.
Voor de hoofdverwarming van een gewone Nederlandse woning is het dat niet. Het rendementsverschil van factor drie à vier is te groot om met tarieven, subsidies of slimme sturing te overbruggen. De warmtepomp is duurder in aanschaf en verdient dat verschil in gebruik terug.
Laat je dus niet leiden door de instapprijs, maar door de vraag hoeveel uren per jaar het toestel echt gaat draaien. Dat ene getal bepaalt het antwoord.
Verder lezen:
- Beste warmtepomp merk 2026
- Hybride warmtepomp kiezen in 2026
- Warmtepomp vs cv-ketel 2026
- Warmtepomp installatie kosten 2026
- Beste isolatie voor warmtepomp 2026
- ISDE subsidie warmtepompen 2026
- Pelletkachel vs warmtepomp 2026
- Smart home energiebeheer 2026
Laatst bijgewerkt: 21 augustus 2026. ISDE-voorwaarden gecontroleerd op rvo.nl; CO₂-emissiefactor elektriciteit via het Nationaal Energie Dashboard — beide op 21 augustus 2026.
Externe bron: RVO — ISDE-subsidie — officiële voorwaarden en overzicht van subsidiabele technieken.