Disclosure: met Sessy en Tibber hebben wij geen affiliate- of commissierelatie; wij noemen ze daarom zonder link.
Op een dynamisch contract betaal je voor elk uur van de dag een andere prijs. Hoe groot dat verschil is, en wat het waard is om je verbruik te verschuiven, is met publieke data goed na te rekenen. Deze pagina zet de cijfers over 2025 op een rij, laat zien hoe je eindtarief per uur is opgebouwd en rekent met expliciete aannames door wat verschuiven en opslaan opleveren.
Alle prijzen hieronder zijn kale day-ahead-prijzen tenzij anders vermeld. De actuele uurprijzen van vandaag en morgen staan op onze pagina met actuele stroomprijzen; de cijfers in dit artikel zijn jaarcijfers en gemiddelden, geen momentopname.
Kort antwoord: de uurprijs schommelt structureel rond een nachtdal en twee pieken, met op zonnige dagen een extra dal midden op de dag. Het jaargemiddelde van de day-ahead-prijs lag in 2025 op 0,105 EUR per kWh; er waren 584 uren met een negatieve prijs en het duurste uur kostte 0,63 EUR per kWh. Het voordeel van een dynamisch contract is het aantal kWh dat je naar de goedkope uren verschuift maal het prijsverschil — verschuif je niets, dan verandert er weinig.
Hoe de uurprijs tot stand komt
De day-ahead-markt is een dagelijkse veiling. Producenten en leveranciers bieden voor elk tijdsblok van de volgende dag vraag en aanbod in, sinds 1 oktober 2025 per kwartier (daarvoor per uur); de veiling sluit rond het middaguur en kort daarna liggen de prijzen voor morgen vast. De uurprijzen in dit artikel zijn uurwaarden uit ons archief. Die prijzen zijn openbaar en zijn de basis onder elk dynamisch contract in Nederland.
Dat vooruit vaststaan is precies wat sturen mogelijk maakt: je weet aan het begin van de middag al welke uren morgen goedkoop zijn. Een app, een laadpaal of een batterij kan daar dan een schema op bouwen. Naast day-ahead bestaat er ook een intradaymarkt voor bijsturing binnen de dag, maar het tarief dat een huishouden betaalt volgt de day-ahead-uitkomst.
Wat 2025 liet zien
Drie cijfers over het kalenderjaar 2025 zijn bruikbaar als ijkpunt:
| Kengetal 2025 | Waarde |
|---|---|
| Jaargemiddelde day-ahead-prijs | 0,105 EUR/kWh |
| Uren met een negatieve prijs | 584 (TenneT) |
| Duurste uur | 0,63 EUR/kWh (20 januari 2025, 17:00) |
Die drie getallen zeggen samen meer dan een tabel met uurgemiddelden. Het jaargemiddelde is de prijs die je ongeveer betaalt als je nergens op stuurt. De 584 negatieve uren laten zien hoe vaak er een overschot is. En het duurste uur laat zien hoe ver de uitschieters naar boven kunnen gaan — een factor zes boven het jaargemiddelde, in één uur.
Wij publiceren hier bewust geen tabel met gemiddelde prijzen per klokuur. Zo’n tabel suggereert een precisie die er niet is: het gemiddelde over 365 dagen zegt weinig over de dag van morgen, waarop wind en zon het profiel volledig kunnen omgooien. Wat wel klopt is de vorm van het patroon, en die is hieronder beschreven.
Het dagpatroon in woorden
Nacht (ongeveer 01:00–06:00). De vraag is laag en de basislast draait door. Dit is over het jaar heen het meest betrouwbare dal, ook in de winter, ook zonder zon.
Ochtendpiek (ongeveer 07:00–09:00). Huishoudens en bedrijven starten tegelijk op terwijl zonnestroom nog nauwelijks bijdraagt. In de winter is dit een van de twee duurste momenten van de dag.
Midden van de dag. Op een zonnige dag ontstaat hier een tweede dal, dat in het voorjaar en de zomer diep kan zijn en tot onder nul kan zakken. Op een bewolkte winterdag ontbreekt dit dal volledig — dan loopt de prijs van de ochtendpiek min of meer door naar de avond.
Avondpiek (ongeveer 17:00–20:00). Iedereen komt thuis, kookt en verwarmt, terwijl de zon weg is. Dit is structureel het duurste deel van de dag en het moment waarop uitschieters zoals dat uur van 0,63 EUR ontstaan.
De omvang van deze verschillen wisselt sterk per dag en per seizoen. In het voorjaar is de spreiding binnen één dag doorgaans het grootst, omdat een fors zonnedal en een fors verwarmingsafhankelijke avondpiek in dezelfde 24 uur vallen. Hoe groot de spreiding vandaag is, zie je op onze pagina met actuele stroomprijzen; een verdieping over de negatieve uren staat op negatieve stroomprijzen.
Historie van dynamische energietarieven
Het jaar 2025 is één ijkpunt; de reeks daarvoor laat zien hoe uitzonderlijk of gewoon dat jaar was. Alle bedragen hieronder zijn kale day-ahead-beursprijzen inclusief btw, dus zonder energiebelasting, inkoopvergoeding en vaste kosten. Ze komen uit ons eigen uurarchief, dat terugloopt tot 1 januari 2017; de complete reeks per jaar en per maand staat op gemiddelde stroomprijs per jaar.
| Jaar | Gemiddelde kale day-ahead-prijs |
|---|---|
| 2020 (goedkoopste jaar in de reeks) | €0,0395/kWh |
| 2022 (duurste jaar in de reeks) | €0,2759/kWh |
| 2025 | €0,1054/kWh |
| 2026, tot en met 21 september | €0,1287/kWh |
Peildatum 21 september 2026, ons eigen uurarchief.
Ontwikkeling van de dynamische energietarieven in drie fasen. Tot en met 2020 lagen de beursprijzen laag en bewogen ze weinig; 2020 is met €0,0395/kWh het goedkoopste jaar van de hele reeks. In 2021 en 2022 schoot het niveau omhoog: 2022 kwam uit op €0,2759/kWh, een factor zeven boven 2020. Bij gas was de uitslag nog groter — van €0,110 per m³ in 2020 naar €1,372 in 2022 — en omdat gascentrales vaak de prijs op de stroommarkt zetten, werkte dat rechtstreeks door in de uurprijzen. De groothandelsnotering achter die gasprijzen staat op TTF-gasprijs. Daarna zakte het terug, maar niet naar het oude niveau: 2025 sloot op €0,1054/kWh en 2026 ligt tot en met 21 september op €0,1287/kWh.
Wat structureel veranderde is niet het gemiddelde, maar de spreiding. Het aantal uren met een negatieve prijs steeg volgens TenneT van 458 in 2024 naar 584 in 2025, terwijl het hoogste uur uit de hele reeks (€1,05/kWh) juist in 2024 viel. Meer zon- en windvermogen drukt de middaguren op zonnige, winderige dagen tot onder nul, terwijl koude en windstille avonden de pieken scherper maken. Voor een dynamisch contract is dat het relevante deel van de historie: het verschil binnen de dag bepaalt wat verschuiven oplevert, niet het jaargemiddelde. Waar dat verschil tegenwoordig valt, staat op wanneer is stroom het goedkoopst; de maand-, dag- en uurcijfers per afzonderlijke dag staan op historie stroomprijzen.
Geschiedenis van flexibele energietarieven. Prijzen die per uur verschillen zijn op zichzelf niet nieuw: het dag- en nachttarief van de dubbeltariefmeter was de eerste vorm van een flexibel tarief voor huishoudens, met één vast omschakelmoment in plaats van een marktprijs. Het dynamische contract zoals we dat nu kennen bestaat pas sinds er twee dingen tegelijk waren: een day-ahead-veiling met openbare uurprijzen, en slimme meters die uur- of kwartierstanden doorgeven. easyEnergy en Frank Energie behoren tot de eerste Nederlandse aanbieders van zo’n contract; Tibber kwam er in 2021 bij. Inmiddels staan er 23 Nederlandse aanbieders met een dynamisch contract in onze vergelijker, en is een deel daarvan in 2026 van uur- naar kwartierprijzen overgegaan. Twee dingen die de komende jaren blijven wegen: het einde van de saldering per 1 januari 2027, en de terugleverstaffels die leveranciers sinds 2024 en 2025 bij vaste en variabele contracten zijn gaan hanteren.
Let op: dit is gerealiseerde historie, geen prognose. Prijzen uit het verleden bieden geen indicatie voor toekomstige prijzen; wat je eraan hebt is de bandbreedte waarin de markt de afgelopen negen jaar bewoog. Wat een gemiddeld huishouden bij de huidige tarieven verbruikt en betaalt, staat op gemiddeld energieverbruik.
Waaruit je eindtarief bestaat
Dit onderdeel wordt vaak verkeerd weergegeven, en het bepaalt hoeveel verschuiven werkelijk oplevert.
| Component | Verandert per uur? | Bedrag |
|---|---|---|
| Kale day-ahead-prijs | ja | wisselt per kwartier (in ons archief per uur) |
| Inkoopvergoeding leverancier | nee | Tibber 0,0180 EUR/kWh; ANWB Energie 0,018 EUR/kWh |
| Energiebelasting stroom 2026 | nee | 0,09161 EUR/kWh excl. btw (0,11085 incl.) |
| Btw | — | zit al in de day-ahead-prijs; de energiebelasting hierboven is inclusief btw genomen |
| Netbeheerkosten | nee | vast capaciteitstarief per jaar, geen bedrag per kWh |
| Vaste kosten leverancier | nee | Tibber 6,99 EUR per maand voor stroom en 5,99 EUR voor gas |
Peildatum: augustus 2026. Bedragen van Tibber en ANWB Energie komen van hun eigen tarievenpagina’s; Frank Energie noemt €7,25 per maand aan vaste leveringsvergoeding (frankenergie.nl, tabel van april 2026); zijn terugleverstaffel (sinds 1 juni 2025) geldt alleen bij vaste en variabele contracten, niet bij het dynamische contract (frankenergie.nl, 24 september 2026).
Twee gevolgen daarvan:
- Alleen de kale prijs verschilt per uur. Energiebelasting en inkoopvergoeding zijn voor elk uur gelijk, en netbeheerkosten zijn een jaarbedrag. Verschuif je een kWh van een duur naar een goedkoop uur, dan bespaar je exact het verschil in kale prijs — de btw zit daar al in. Niets meer.
- Negatieve prijzen leveren zelden geld op. Bij een kale prijs van −0,02 EUR/kWh betaal je nog steeds 0,11085 EUR energiebelasting inclusief btw (0,09161 exclusief) plus de inkoopvergoeding. Het uur is dan zeer goedkoop, maar je wordt niet betaald om stroom af te nemen. Dat gebeurt pas als de kale prijs dieper negatief gaat dan de vaste opslagen bij elkaar.
Modelberekening: wat verschuiven oplevert
Dit is een modelberekening met expliciete aannames, geen meting en geen belofte. Vul je eigen cijfers in om hem te herhalen.
Aannames
- Kale prijs in een daluur: 0,04 EUR/kWh.
- Kale prijs in een piekuur: 0,20 EUR/kWh.
- Verschil: 0,16 EUR/kWh; de btw zit al in de day-ahead-prijzen.
- Energiebelasting, inkoopvergoeding en netbeheerkosten vallen tegen elkaar weg omdat ze niet uurafhankelijk zijn.
Een wasbeurt. Een was- of vaatwasprogramma verbruikt grofweg 0,5 tot 1,5 kWh. Bij 1 kWh verschoven is dat 16 cent per keer, of circa 32 EUR per jaar bij tweehonderd draaibeurten. Dat is een reëel bedrag, maar het is geen reden om over te stappen.
Een elektrische auto. 2.400 kWh per jaar volledig in daluren laden in plaats van in de avondpiek: 2.400 × 0,16 = 384 EUR per jaar. Dit is de grootste enkele post in de meeste huishoudens, en het is volledig te automatiseren met een laadschema.
Let op de aanname. Die 0,16 EUR spreiding is een gunstige dag, geen jaargemiddelde. Realistischer is dat een deel van je laadsessies op een dag valt met weinig spreiding. Reken daarom met de spreiding die je zelf op de prijzenpagina terugziet over een paar weken, en niet met een uitschieter.
Thuisbatterij op een dynamisch contract
Een batterij automatiseert wat je met timers handmatig doet, en kan bovendien volume verschuiven dat je anders niet zou kunnen verplaatsen. Wat dat oplevert, hangt af van capaciteit, vermogen en rendement.
Wat Charged over de Sessy publiceert (fabrikantopgave, opgehaald augustus 2026): de 5 kWh-variant kost 3.550 EUR inclusief btw en exclusief installatie, laadt met 2,2 kW en ontlaadt met 1,7 kW, en is gespecificeerd op meer dan 6.000 cycli. Volledig laden duurt daarmee ruim twee uur, volledig ontladen bijna drie uur. Charged noemt vier bedrijfsmodi: zelfverbruik, een dynamische modus die op de uurprijzen stuurt, onbalanshandel en congestiepreventie.
Er bestaat geen functie met de naam “Sessy Radar”. Die term duikt op in vergelijkingsartikelen, maar komt niet voor in de documentatie van de fabrikant. Wat er wel is, is de dynamische modus.
Modelberekening één cyclus per dag. Aannames: 5 kWh geladen bij een kale prijs van 0,04 EUR/kWh, ontladen ter vervanging van inkoop bij 0,20 EUR/kWh, round-trip-rendement 90 procent en energiebelasting 0,11085 EUR/kWh inclusief btw (0,09161 exclusief). De btw zit al in de kale uurprijs, dus er komt geen 21 procent bovenop.
- Kosten laden: 5 kWh × (0,04 + 0,0180 + 0,11085) = circa 0,84 EUR
- Vermeden inkoop: 4,5 kWh × (0,20 + 0,0180 + 0,11085) = circa 1,48 EUR
- Netto per cyclus: circa 0,64 EUR
- Bij 250 bruikbare cyclusdagen per jaar: circa 160 EUR
Twee kanttekeningen die deze som eerlijk houden. Ten eerste betaal je energiebelasting over de volle 5 kWh die je laadt, ook over de halve kWh die door het rendementsverlies verdwijnt — dat is een kostenpost die in veel rekenvoorbeelden ontbreekt. Ten tweede geldt dit alleen als je de ontladen stroom zelf verbruikt. Lever je terug aan het net, dan krijg je de terugleververgoeding van je leverancier en niet je eigen inkooptarief; dat is per 1 januari 2027 een wezenlijk verschil, omdat de salderingsregeling dan volledig stopt.
Zet je die circa 160 EUR per jaar naast een aanschafprijs van 3.550 EUR, dan kom je op arbitrage alleen niet in de buurt van een korte terugverdientijd. De rest van het rendement moet komen uit eigen zonnestroom die je anders zou terugleveren, en eventueel uit onbalanshandel. Reken je eigen situatie door met onze terugverdientijd-calculator in plaats van met een vuistregel.
Wat de aanbieders publiceren
| Aanbieder | Vaste kosten per maand | Inkoopvergoeding stroom | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|
| Tibber | 6,99 EUR voor stroom en 5,99 EUR voor gas | 0,0180 EUR/kWh | elke dag opzegbaar, zonder boete; open API (peildatum 28 september 2026) |
| ANWB Energie | €8,50 voor stroom en €9,75 voor gas (gas sinds 1 september 2026; peildatum 28 september 2026) | 0,018 EUR/kWh | biedt daarnaast vast en variabel aan |
| Frank Energie | niet gepubliceerd | aanwezig, bedrag niet gepubliceerd | geen op het dynamische contract (staffel alleen bij vast/variabel) |
Peildatum augustus 2026. Wij nemen hier alleen op wat de leveranciers zelf publiceren. Beoordelingen in sterren of cijfers geven wij niet: wij testen deze diensten niet zelf, en een cijfer zonder meting is een mening met een getal ervoor. Een bredere vergelijking staat op onze pagina dynamisch energiecontract vergelijken en in de vergelijking Frank Energie en Tibber.
Wanneer een dynamisch contract níet loont
Je kunt niets verschuiven. Geen elektrische auto, geen batterij, geen apparaten met een timer: dan betaal je ongeveer het gemiddelde van de uurprijzen plus de vaste kosten van de leverancier. Dat verschilt weinig van een vast tarief, en de vaste kosten komen er bovenop.
Je verbruikt vooral overdag op doordeweekse dagen. Thuiswerken met verwarming, verlichting en apparatuur zit deels in de duurdere uren. Het profielgemiddelde ligt dan boven het rekenkundig jaargemiddelde.
Je wilt prijszekerheid. Een dynamisch contract geeft die niet. In periodes van marktstress kunnen de uurprijzen fors uitlopen, zoals het uur van 0,63 EUR in januari 2025 laat zien. Wie dat risico niet wil dragen, betaalt bij een vast contract een risico-opslag om het af te kopen. Dat is een legitieme afweging, geen fout.
Waar je de prijzen zelf kunt volgen
- Onze pagina met actuele stroomprijzen — uurprijzen voor vandaag en morgen, met de goedkoopste momenten uitgelicht.
- De app van je leverancier — Tibber, Frank Energie en ANWB Energie tonen allemaal de uurprijzen zodra de veiling van die dag rond is.
- ENTSO-E Transparency Platform — de officiële Europese bron met day-ahead-prijzen per biedzone.
- Home Assistant — voor wie apparaten automatisch wil laten schakelen op de uurprijs, met integraties voor de meeste dynamische leveranciers.
Conclusie
Een dynamisch contract verandert niet wat stroom kost, maar wél wanneer het goedkoop is. De rekensom is kort: verschoven kWh maal het verschil in kale prijs, waarin de btw al zit. Alles daarbuiten — energiebelasting, netbeheerkosten, vaste kosten — beweegt niet mee met het uur.
Voor huishoudens met een elektrische auto is dat verschil groot genoeg om echt te merken. Voor huishoudens zonder verschuifbaar verbruik is het klein. En voor een thuisbatterij geldt dat de arbitragewinst alleen zelden de investering draagt; die som hangt vooral op je eigen zonnestroom en op wat er na het einde van de saldering per 1 januari 2027 met je teruglevering gebeurt.