Stroomprijs nu
—
laden…
Goedkoopst —
Duurst —
🔥 Gas vandaag — /m³
☀️ Zon vandaag — kWh/kWp
Alle uurprijzen →

Warmtenet of eigen warmtepomp 2026: keuze maken

Door Wilco Terlouw, uitgever · gepubliceerd 25-06-2026 · bijgewerkt 05-10-2026 · 12 min leestijd
Transparantie: dit artikel bevat affiliate-links. Als je via zo'n link iets koopt of afsluit, kunnen wij een commissie ontvangen zonder extra kosten voor jou. Een commissie koopt geen positie of positief oordeel. Bekijk het actuele partneroverzicht en onze rangschikkingsregels · Hoe onze vergelijkingen tot stand komen.
Inhoudsopgave

“De gemeente wil onze wijk op een warmtenet aansluiten — is dat goed nieuws?” Het eerlijke antwoord is dat het ervan afhangt, en vooral van twee dingen: welke bron het net gebruikt, en of je woning geschikt is voor het alternatief.

Een warmtenet is geen product dat je koopt maar een infrastructuur waar je decennialang aan vastzit, zonder de mogelijkheid van leverancier te wisselen. Dat maakt de afweging zwaarder dan bij de keuze tussen twee warmtepompmerken.

Dit artikel geeft het kader voor die keuze, op basis van de door de ACM vastgestelde tarieven voor 2026, de stand van de wetgeving en de eigenschappen van beide systemen.

Disclosure: dit artikel bevat affiliate-links naar de webshop Coen+; loopt er een aankoop via die link, dan kunnen wij daar een commissie voor krijgen zonder dat het jou iets extra kost. Met Daikin, Bosch en de genoemde warmteleveranciers hebben wij geen affiliate- of commissierelatie (stand september 2026).

Kort antwoord: kijk eerst naar de bron van het net en pas daarna naar het tarief. Een net op geothermie, aquathermie of restwarmte is een wezenlijk andere keuze dan een net dat nog grotendeels op aardgas draait.

De tarieven staan vast aan een bovengrens: voor 2026 heeft de ACM het maximale variabele tarief bepaald op € 40,97 per GJ en de maximale vaste kosten op € 827,91 per jaar. In een goed geïsoleerde woning met ruimte voor een buitenunit is een eigen warmtepomp in gebruik doorgaans goedkoper; het warmtenet wint op toegankelijkheid en op woningen die zich slecht laten isoleren.

Hoe een warmtenet werkt

Een warmtenet transporteert warm water via ondergrondse leidingen van een centrale bron naar woningen. In de woning zit een afleverset — in feite een warmtewisselaar — die de warmte overdraagt aan de eigen verwarmingsinstallatie: radiatoren, vloerverwarming of luchtverwarming.

De bron bepaalt de duurzaamheid

WarmtebronDuurzaamheidBeschikbaarheid in Nederland
AardgasSlecht (fossiel)Breed, vooral oudere netten
Industriële restwarmteGoed (hergebruik)Beperkt, nabij industrie
GeothermieGoed tot uitstekendGroeiend
Aquathermie (oppervlaktewater)Goed tot uitstekendGroeiend
BiomassaOmstredenAanwezig
Grootschalige warmtepompGoedNieuw
Restwarmte datacentersGoedBeperkt

Vraag de leverancier expliciet om de CO₂-uitstoot per geleverde GJ en om het pad naar de komende jaren. Dat cijfer bepaalt of het net inderdaad duurzamer is dan een eigen warmtepomp — en zonder dat cijfer is die vergelijking niet te maken.

Temperatuurniveaus en wat ze van je woning vragen

Hoge temperatuur (circa 70 tot 90 °C). De klassieke stadsverwarming. Werkt met bestaande radiatoren en stelt weinig eisen aan de woning. Wel meer warmteverlies in het net.

Middentemperatuur (circa 55 tot 70 °C). Gangbaar bij nieuwere en gerenoveerde netten. Vraagt soms grotere radiatoren.

Lage temperatuur (circa 35 tot 50 °C). Efficiënt voor het net, maar de woning moet goed geïsoleerd zijn en een laagtemperatuurafgiftesysteem hebben. In veel bestaande woningen betekent dat een ingrijpende aanpassing.

Wat een warmtenet in 2026 mag kosten

De warmteprijs bestaat uit drie delen: een eenmalige aansluitbijdrage, vaste jaarlijkse kosten en een variabel tarief per geleverde gigajoule. Over de laatste twee gaat de ACM.

De maximumtarieven voor 2026 (bron: ACM, tarievenbesluit warmteleveranciers 2026, opgehaald 21 augustus 2026):

Post20262025
Variabel tarief€ 40,97 per GJ€ 43,79 per GJ
Vaste kosten per jaar (totaal)€ 827,91€ 760,77

Twee dingen zijn hierbij belangrijk. Ten eerste zijn dit maxima, geen tarieven: de ACM benadrukt dat leveranciers het maximum alleen mogen vragen wanneer dat werkelijk nodig is. Kijk dus naar het daadwerkelijke tariefblad van jouw leverancier. Ten tweede zit in die vaste kosten meer dan alleen het leveringsvastrecht: ook het meettarief en de huur van de afleverset vallen eronder.

Wat betekent dat voor een huishouden? Bij een verbruik van 25 GJ per jaar betaal je onder het maximum ruwweg € 1.024 aan variabele kosten plus maximaal € 827,91 vast. Rekent je leverancier het maximum, dan kom je uit rond € 1.850 per jaar. Bij een laag verbruik wegen de vaste kosten relatief zwaar — de ACM rekent zelf voor dat een huishouden met 5 GJ per jaar in 2026 juist duurder uit kan zijn dan in 2025.

De aansluitbijdrage is niet landelijk gereguleerd op dezelfde manier en verschilt sterk per project: bij nieuwbouw zit hij vaak in de koopsom verwerkt, bij vrijwillige aansluiting in bestaande bouw kan het om een aanzienlijk bedrag gaan. Laat dat bedrag schriftelijk bevestigen voordat je iets tekent.

Modelberekening: warmtenet naast een eigen warmtepomp

Onderstaand een modelberekening met expliciete aannames, geen meting en geen offerte.

Uitgangspunt: een rijtjeshuis met een warmtevraag van 25 GJ per jaar voor ruimteverwarming en warm water. Dat is omgerekend circa 6.944 kWh warmte.

Warmtenet, gerekend op de maximumtarieven van 2026:

  • Variabel: 25 GJ × € 40,97 = € 1.024
  • Vast: maximaal € 827,91
  • Samen: circa € 1.852 per jaar

Eigen lucht-waterwarmtepomp:

  • Warmtevraag 6.944 kWh, aangenomen seizoensrendement COP 3,5
  • Stroomverbruik: 6.944 ÷ 3,5 = 1.984 kWh
  • Bij € 0,28 per kWh: € 555
  • Onderhoud: post die per installateur verschilt; reken hem apart mee met het tarief uit je eigen contract
  • Samen: circa € 555 aan energie plus onderhoud

Het verschil in gebruikskosten valt duidelijk uit in het voordeel van de warmtepomp. Daar staat tegenover dat de warmtepomp een investering vooraf vraagt en het warmtenet niet — dat is precies de afruil waar de beslissing over gaat.

Twee kanttekeningen bij dit model. Als je leverancier onder het maximum zit, wordt het verschil kleiner. En het rendement van 3,5 geldt voor een woning waarin de warmtepomp op een lage aanvoertemperatuur kan draaien; in een slecht geïsoleerde woning met hoge-temperatuurradiatoren zakt dat getal, en daarmee het voordeel.

Wat de wet regelt

Het NMDA-principe en de rol van de ACM

Warmteklanten zitten in een gebonden markt en worden daarom beschermd door een maximumtarief, gebaseerd op het principe “niet meer dan anders”: je zou niet meer moeten betalen dan een vergelijkbaar huishouden met gas. De ACM stelt die maxima jaarlijks vast.

De belangrijkste kritiek daarop is dat de meetlat een cv-ketel op aardgas is. Een efficiënte warmtepomp is goedkoper dan die meetlat. NMDA beschermt je dus tegen het duurste alternatief, niet tegen het beste.

De Wet collectieve warmte

De Wet collectieve warmte (Wcw) is op 9 december 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. De beoogde inwerkingtreding, samen met het bijbehorende Besluit collectieve warmte, is 1 januari 2027. De wet was in 2025 dus nog niet van kracht — een misverstand dat je op veel plekken tegenkomt.

Wat de wet gaat regelen, gaat onder meer over publieke sturing op warmtebedrijven, tariefregulering en transparantie over de kostenopbouw. Omdat de uitwerking in lagere regelgeving nog loopt, publiceren wij hier geen concrete rendements- of tariefpercentages: die liggen op dit moment niet vast in een vorm die je kunt narekenen. Volg de publicaties van de ACM voor de definitieve invulling.

Leveringszekerheid en informatie

Warmteleveranciers zijn gebonden aan regels over ononderbroken levering en compensatie bij langdurige storingen, en je hebt recht op inzage in je verbruik, de tariefopbouw en de duurzaamheid van het net. Vraag die informatie op; ze is niet altijd uit zichzelf beschikbaar.

Wanneer het warmtenet de betere keuze is

Bij een woning die zich slecht laat isoleren. Een monument, een woning met een bijzondere constructie of een appartement in een gemengd complex. Een hogetemperatuurnet werkt daar waar een warmtepomp op een laag rendement zou blijven steken.

Als er geen plek is voor een buitenunit. In dichte stedelijke bebouwing, bij galerijflats of woningen zonder eigen buitenruimte is plaatsing soms simpelweg niet mogelijk.

Als je de investering niet wilt of kunt doen. Aansluiten op bestaande infrastructuur heeft een lagere drempel dan een eigen installatie, ook al liggen de jaarlijkse kosten hoger.

Als de bron aantoonbaar duurzaam is. Bij geothermie, aquathermie of restwarmte met een lage CO₂-uitstoot per GJ kan het net groener zijn dan een warmtepomp op netstroom.

Als je huurt. Dan ligt de keuze bij de verhuurder of corporatie.

Wanneer een eigen warmtepomp beter uitpakt

Bij een goed geïsoleerde woning. Een lage aanvoertemperatuur betekent een hoog rendement en daarmee lage gebruikskosten.

Als je zonnepanelen hebt of neemt. Eigen opwek kun je direct in warmte omzetten. Dat wordt belangrijker na 1 januari 2027, wanneer de salderingsregeling volledig stopt — er is geen afbouwpad, de regeling eindigt in één keer. Bij een warmtenet heeft je zonnestroom geen enkele invloed op je warmterekening.

Als je grip wilt op je kosten. Je kiest zelf je stroomleverancier en je contractvorm. Bij een warmtenet is er één leverancier en geen marktkeuze.

Als je lang blijft wonen. De investering wordt over de jaren terugverdiend; hoe langer de horizon, hoe gunstiger.

Als het lokale net op aardgas draait. Dan kies je met het warmtenet bewust voor fossiele warmte, terwijl een warmtepomp meebeweegt met de vergroening van het elektriciteitsnet.

Voor de eigen warmtepomp geldt bovendien de ISDE. Het bedrag hangt af van het typenummer van het toestel: zoek dat op in de apparatenlijst en rekentool op rvo.nl. Aanvragen doe je ná installatie, binnen 24 maanden, en het toestel moet met het volledige typenummer op de meldcodelijst van RVO staan. Voer je binnen 24 maanden naast de warmtepomp ook een isolatiemaatregel uit, dan verdubbelt het subsidiebedrag voor die isolatie; het bedrag voor de warmtepomp zelf verdubbelt niet. Op de warmtepomp betaal je 21% btw; het 0%-tarief geldt alleen voor zonnepanelen.

Het afhankelijkheidsrisico

Het zwaarste argument tegen een warmtenet is niet het tarief maar de gebondenheid. Bij gas en stroom kun je overstappen als je leverancier tegenvalt; bij warmte niet. De prijs is gereguleerd, de service en de investeringsagenda van het warmtebedrijf zijn dat veel minder.

De afgelopen jaren hebben laten zien dat eigendom en strategie van warmtebedrijven kunnen verschuiven, met gevolgen voor investeringsplannen en tempo van verduurzaming. De wet regelt continuïteit van levering, maar niet dat je een andere keuze kunt maken.

Wat je daaraan kunt doen: vraag vóórdat je tekent wie de leverancier is, wie er achter dat bedrijf zit, hoe de continuïteit is geborgd en wat er gebeurt als je later toch wilt overstappen.

Laagtemperatuurnetten

Het laagtemperatuurwarmtenet is technisch de meest interessante ontwikkeling. Het werkt met watertemperaturen rond de 25 tot 45 graden en heeft daardoor minder verlies in het net en toegang tot bronnen die op hogere temperatuur niet bruikbaar zijn, zoals aquathermie.

De keerzijde is de eis aan de woning: uitstekende isolatie en een laagtemperatuurafgiftesysteem, in de praktijk vloerverwarming. Voor nieuwbouw is dat vanzelfsprekend, voor bestaande bouw een forse ingreep. Wie in een bestaande wijk een laagtemperatuurnet aangeboden krijgt, moet daarom scherp vragen wie de aanpassingen in de woning betaalt en op basis van welk isolatieniveau de leverancier zijn capaciteit heeft berekend.

Wat je aan de gemeente moet vragen

Bij een bewonersavond of informatiebrief zijn dit de vragen die het verschil maken:

  1. Wat is de primaire warmtebron, nu en over tien jaar? Vraag een concreet pad, geen doelstelling voor 2040.
  2. Wat is de CO₂-uitstoot per geleverde GJ? Zonder dat getal is een duurzaamheidsvergelijking niet te maken.
  3. Wat is de aansluitbijdrage en wat zijn de verwachte vaste en variabele kosten? Schriftelijk, niet mondeling.
  4. Is aansluiting verplicht of vrijwillig voor mijn adres? Dit bepaalt je juridische positie.
  5. Wat gebeurt er als ik later wil overstappen? Zijn er kosten aan verbonden, en welke?
  6. Wie is de leverancier en hoe is de continuïteit geborgd? Publiek bedrijf, private partij, of een constructie daartussenin?

Wat er voor jouw wijk op de planning staat, vind je in het warmteprogramma of de transitievisie warmte van je gemeente. Dat is ook de plek om te controleren of jouw wijk überhaupt in beeld is — dat weegt mee als je nu voor de keuze staat om in een eigen installatie te investeren.

Als je voor een eigen warmtepomp kiest

Kies je voor een eigen installatie, dan draait de merkkeuze minder om het merk dan om drie controleerbare zaken: staat het volledige typenummer op de meldcodelijst van RVO, welke aanvoertemperatuur haalt het toestel, en zit er in jouw regio een installateur die dit merk regelmatig plaatst en inregelt.

Merken die je in Nederlandse offertes veel tegenkomt zijn onder meer Daikin en Bosch. Prestatiecijfers per model staan in de datasheets van de fabrikant zelf en verschillen per typenummer en per meetconditie; wij nemen ze hier niet zonder die bron over.

Twijfel je of je woning al klaar is voor een volledig elektrisch systeem, dan is een hybride opstelling de tussenstap: de warmtepomp doet het grootste deel van het stookseizoen, de bestaande cv-ketel vangt de koudste dagen op. Zie ons overzicht over het kiezen van een hybride warmtepomp.

Wat zo’n toestel kaal kost, kun je alvast online opzoeken. Coen+ is een Nederlandse webshop voor verwarming en klimaat die warmtepompen verkoopt in de categorieën hybride, all-electric, ventilatiewarmtepompen en combipakketten, inclusief onderdelen en omkasting (bron: coen-plus.nl, gecontroleerd 18 september 2026). Dat bedrag is nuttig naast de aansluitbijdrage en het vastrecht van een warmtenet: het maakt zichtbaar welk deel van een eigen installatie apparatuur is en welk deel werk in je woning.

Dat werk koop je er niet bij. Coen+ biedt bij warmtepompen geen installatie aan (gecontroleerd 5 oktober 2026), dus je zoekt zelf een installateur — en voor een warmtepomp met synthetisch koudemiddel moet die F-gassen-gecertificeerd zijn. Voor de ISDE geldt daarnaast de eis dat een bouwinstallatiebedrijf de warmtepomp installeert, dus houd die route intact als je op subsidie rekent.

Bekijk Coen+ →

Warmtepompen en het elektriciteitsnet

Een argument dat regelmatig voor warmtenetten wordt gebruikt, is de belasting van het elektriciteitsnet bij massale elektrificatie van de warmtevraag. Dat is een reëel planningsvraagstuk voor netbeheerders, maar het is zelden een reden om als individuele huiseigenaar van een warmtepomp af te zien.

De piekbelasting van een warmtepomp is bovendien deels stuurbaar: met een slimme regeling, een buffervat en eventueel zonnepanelen en een thuisbatterij kun je verbruik verschuiven naar momenten waarop er ruimte is. Dat is precies de flexibiliteit die een warmtenetaansluiting je niet geeft.

Conclusie

Een warmtenet is niet per definitie goed of slecht; het past goed bij dichte bebouwing, bij woningen die zich slecht laten isoleren en bij netten met een aantoonbaar duurzame bron. Het is de minst veeleisende oplossing voor de woning en de meest veeleisende voor je keuzevrijheid.

Een eigen warmtepomp vraagt een investering en een geschikte woning, maar geeft lagere gebruikskosten, grip op leverancier en tarief, en de mogelijkheid om eigen opwek in warmte om te zetten — iets wat vanaf 2027 zwaarder gaat wegen.

Is je woning goed geïsoleerd en heb je ruimte voor een buitenunit, dan valt de afweging in de meeste gevallen uit in het voordeel van de eigen warmtepomp. Kan dat niet, of gebruikt het net aantoonbaar een duurzame bron tegen een tarief onder het maximum, dan is het warmtenet een verdedigbare en soms betere keuze.

Gerelateerde artikelen


Laatst bijgewerkt: 21 augustus 2026. Warmtetarieven gecontroleerd bij de ACM (tarievenbesluit warmteleveranciers 2026), de status van de Wet collectieve warmte bij de Eerste Kamer en de ACM, en de ISDE-voorwaarden op rvo.nl — alle op 21 augustus 2026.


Externe bron: ACM — tarieven warmte en koude — de officiële maximumtarieven per jaar.

Producten en aanbieders bij dit onderwerp

Dit blok is een overzicht van relevante productlinks, geen automatische ranglijst. Lees de argumentatie in het artikel voordat je kiest.

1. Daikin warmtepomp
2. Bosch warmtepomp
warmtenetcollectieve warmtewarmtepompstadsverwarmingaardgasvrijwijkwarmtewarmtelevering

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen een warmtenet en stadsverwarming?
Stadsverwarming is de oudere term voor hetzelfde principe: warmte via leidingen naar woningen brengen. Het verschil zit in de temperatuur. De oudere netten werken op hoge temperatuur en passen daardoor bij bestaande radiatoren; nieuwere netten leveren op lagere temperatuur, wat efficiënter is maar hogere eisen stelt aan isolatie en afgiftesysteem.
Ben je verplicht aan te sluiten op het warmtenet?
Dat hangt af van de gemeente en het project. In nieuwbouwgebieden is aansluiting vaak vastgelegd in de bouwplannen. In bestaande wijken kun je in veel gevallen nog voor een eigen oplossing kiezen. Wat er voor jouw adres geldt, staat in het warmteprogramma of de transitievisie warmte van je gemeente — vraag het schriftelijk na.
Wat mag een warmtenet in 2026 kosten?
De ACM stelt jaarlijks maximumtarieven vast. Voor 2026 is het maximale variabele tarief € 40,97 per GJ (2025: € 43,79) en bedragen de maximale vaste kosten € 827,91 per jaar (2025: € 760,77). Dat zijn maxima: een leverancier mag daaronder zitten en mag het maximum alleen vragen als dat werkelijk nodig is.
Kun je zonnepanelen combineren met een warmtenet?
Ja, maar ze raken elkaar niet. Zonnepanelen leveren elektriciteit, het warmtenet levert warmte. Je zonnestroom verlaagt dus je elektriciteitsrekening en niet je warmterekening. Bij een eigen warmtepomp is dat anders: daar kun je eigen opwek wél direct in warmte omzetten, wat na het stoppen van de saldering per 1 januari 2027 zwaarder gaat wegen.
Wat gebeurt er als de warmteleverancier stopt?
Een warmtenet is een gebonden markt: je kunt niet overstappen naar een andere leverancier zoals bij gas en stroom. De wet regelt daarom continuïteit van levering en er is toezicht van de ACM, maar de afhankelijkheid zelf blijft bestaan. Dat is een van de zwaarste argumenten om vooraf goed te weten wie de leverancier is en hoe de continuïteit is geborgd.
Is een warmtenet duurzamer dan een eigen warmtepomp?
Dat hangt volledig af van de bron van het net. Geothermie, aquathermie en industriële restwarmte scoren goed; een net dat nog grotendeels op aardgas draait niet. Vraag de leverancier om de CO₂-uitstoot per geleverde GJ en om het pad naar de komende jaren, en leg dat naast de emissiefactor van elektriciteit voor een warmtepomp.
Moet je eerst isoleren voordat een warmtepomp zinvol is?
Voor een volledig elektrische warmtepomp is een goede schil vrijwel een voorwaarde, omdat het rendement daalt naarmate de gevraagde aanvoertemperatuur stijgt. Een hybride opstelling is vergevingsgezinder: de cv-ketel vangt de koudste dagen op. In beide gevallen levert isoleren zowel comfort als rendement op en is het zelden een verkeerde eerste stap.
WT
Uitgever van DuurzaamThuisLab (WT Digital). Verwerkt de energieprijsdata en rekent de modellen na op basis van specificaties en publieke bronnen. Geen installateur: voor een concrete installatie is advies van een vakbedrijf nodig.